Echt leren filmen: Filmen en camera

Redactie How to Video opnames

Archief Digital Movie 117-2017
Zonder (film)camera geen film. Met de uitvinding van de filmcamera was ook de film uitgevonden. Eén van de eerste filmcamera’s was de Cinémathographe, camera en projector ineen. Nu kon de mens bewegingen vastleggen en vertonen. Eerst via een geperforeerde strook celluloid. Later via videotape en tegenwoordig via digitale opslag. Een aantal filmcamera’s is in musea terechtgekomen. Zo ook de Arriflex IIC 35 mm filmcamera in het Hollywood Museum in Los Angeles. Met zo’n camera filmde Theo Kok dertien jaar voor het Polygoon Bioscoop Journaal. De (oude) filmcamera staat vaak symbool voor film of tv, zoals bij IDFA filmfestival en The New Yorker TV. Dit artikel gaat over het gebruik van de camera en de filmische mogelijkheden.

DIGITALE CAMERA’S

Voor de filmcamera zijn in de plaats gekomen: de camcorder, de compactcamera, de systeemcamera, de spiegelreflexcamera, de actioncam, de drone-camera, de tablet en de smart-phone. Met al deze digitale camera’s kun je filmen, kun je situaties registreren, kun je de beelden (met geluid) maken voor een beeldverhaal. Technisch prachtige apparaten met meer of minder mogelijkheden. Echter de camera is een technisch hulpmiddel om audiovisueel te kunnen communiceren. De filmmaker bepaalt hoe hij of zij de camera gebruikt. Daarvoor staat hem of haar een reeks van filmische mogelijkheden ter beschikking.

GEBRUIKSAANWIJZING
Voordat je gaat filmen met je camera, is het handig, om, met de camera erbij, eerst de gebruiksaanwijzing of manual van de camera door te nemen. Het is bekend dat weinig mensen dat doen en gelijk met de camera gaan filmen. Het is waar, het zijn tegenwoordig handleidingen van wel 250 pagina’s met veel informatie over zeer veel functies en mogelijkheden. Juist daarom is het belangrijk om de tijd te nemen en de gebruiksaanwijzing van je camera goed en uitgebreid te bestuderen. Je zult niet in één keer alles tot je kunnen nemen, maar je weet dan wel waar je het kunt vinden. De tijd die je investeert in het bestuderen van de gebruiksaanwijzing en het uitproberen met de camera erbij, zal je veel profijt opleveren als je echt met je camera gaat filmen.

CAMERALENS
Eén van de belangrijkste onderdelen van de camera is de lens of het objectief. Zonder lens geen beeld. Een camcorder en een compactcamera is meestal uitgerust met een zoomlens. Bij een systeem- en een spiegelreflexcamera zijn het verwisselbare objectieven met een reeks van mogelijkheden. Bij de actioncam, de drone-camera, de tablet en de smartphone zijn het meestal vaste normaal- of groothoeklenzen. Allemaal met hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Daarom is het belangrijk om voordat je gaat filmen te weten wat de lensmogelijkheden van je camera zijn. Is het een optische zoom of een digitale zoom? Bij een digitale zoom neemt de beeldkwaliteit af hoe meer je inzoomt. Wat is het bereik, de brandpuntsafstand, van groothoek tot tele? Vooral bij de action-cam, de drone-camera, de tablet en de smartphone zijn de lens-mogelijkheden beperkt. Bij een actioncam en de drone-camera bestaat het objectief alleen uit een super groothoek met bijbehorende karakteristiek én beperkingen.

DIAFRAGMA
Het diafragma regelt de lichttoevoer door het objectief naar de sensor. Het diafragma wordt bij veel camera’s elektronisch geregeld. De grootte van de lensopening wordt uitgedrukt in een diafragmagetal, ook wel f-waarde of f-stop genoemd. De reeks diafragmagetallen kan bestaan uit: 1 – 1,4 – 2 – 2,8 – 4 – 5,6 – 8 – 11- 16 – 32 – 45 – 64, waarbij een laag getal staat voor een grote lensopening en een hoog getal voor een kleine lensopening. Het instellen van de lensopening heeft twee effecten tegelijk:
1. Het bepaalt de hoeveelheid licht die van het onderwerp door de lens gaat.
2. Het beïnvloedt welk deel van het onderwerp scherp wordt weergegeven, het scherptegebied, ook wel scherptediepte genoemd.

SCHERPTEGEBIED OF SCHERPTEDIEPTE
Het scherptegebied of de scherptediepte kan veranderen door:
1. Lensopening. Als de lensopening wordt dichter gedraaid, neemt de scherptediepte toe.
2. Brandpuntsafstand of hoek van de lens. Als de hoek van de lens groter wordt (kortere brandpuntsafstand), neemt de scherptediepte toe.
3. Afstand van de camera. Hoe verder de camera van het onderwerp afgaat, des te meer neemt de scherptediepte toe.
Het scherptegebied wordt daarentegen kleiner als de lensopening meer wordt opengedraaid of de brandpuntsafstand langer wordt (de lenshoek kleiner) of de camera dichter bij het onderwerp komt.

BRANDPUNTSAFSTAND
De brandpuntsafstand van een lens wordt weergegeven in millimeters. Deze staat vermeld voor op de rand van de lens. Bijvoorbeeld f 25 mm, f 100 mm en f 200 mm en bij een zoomlens bijvoorbeeld f 8 – 80 mm. Als je de brandpuntsafstand verandert door een lens te plaatsen met een andere brandpuntsafstand of door de brandpuntsafstand op de zoomlens (in- of uitzoomen) te veranderen, verandert de grootte van het onderwerp in beeld naar evenredigheid (vanaf hetzelfde camerastandpunt). Als je de brandpuntsafstand verdubbelt, ziet je onderwerp er twee keer zo groot uit (en waarschijnlijk dichter bij), maar is slechts de helft van de voorgaande hoogte en breedte van het filmbeeld zichtbaar. Als je de brandpuntsafstand halveert, ziet je onderwerp er twee keer zo klein uit (en waarschijnlijk verder weg) en toont tweemaal de vorige hoogte en breedte van het beeld. Bij elke brandpuntsafstand hoort ook een horizontale en verticale kijkhoek. Een lens met een kort brandpunt (groothoeklens) heeft een wijde kijkhoek, waarbij je veel ziet, maar waarbij ook alles gelijk verder weg lijkt. Het beeld wordt als het ware “uit elkaar getrokken”. Vaak gebruikt om kleine ruimtes (bijvoorbeeld hotelkamers) er groter te laten uitzien. Een lens met een lang brandpunt (telelens) heeft een smalle kijkhoek, waarbij je weinig ziet, maar wat je ziet lijkt veel dichterbij te zijn. Het beeld wordt als het ware “in elkaar gedrukt”. Vaak gebruikt om met scherptediepte een onderwerp scherp te isoleren.

CAMERAVOERING
Als je gaat filmen, zorg er dan eerst voor dat alle camera-instellingen goed zijn ingesteld. Bijvoorbeeld de sluitertijd. Dan kan de echte cameravoering beginnen. Als je weet wat je wilt gaan filmen, begin je meestal met het kiezen van het camerastandpunt. Kies dan de brandpuntsafstand die je wilt gebruiken: normaal, groothoek, tele of macro. Maak tenslotte de definitieve compositie. In plaats van een vaste opname kun je ook een camerabeweging overwegen. Na deze keuzes worden de ISO-waarde (vaak al ingesteld), de juiste witbalans (kleurtemperatuur), het diafragma en de scherpte ingesteld. Wat betreft de cameratechniek met betrekking tot het beeld, kan de opname nu worden gemaakt.

CAMERA IN DE HAND
In principe film je met de camera van statief. Je bent dan verzekerd van stabiele beelden. Dit geldt zeker voor camcorders, spiegelreflex- en systeemcamera’s. Echter, er kunnen zich omstandigheden en situaties voordoen en dat je niet over een gimbal (camera-stabilizer) beschikt, dat je met de camera uit de hand moet filmen. Het is dan van belang om de camera zo stil mogelijk te houden. Daarvoor bestaan verschillende mogelijkheden waarbij je de camera met twee handen vasthoudt:
Stabiele lichaamsposities als: a. staand met de bovenarmen tegen het lichaam gedrukt en de benen iets uit elkaar; b. zittend met de ellebogen op de knieën; c. knielend; d. gebruik maken van vloer.
Steunmogelijkheden in de buurt als: e. rug tegen muur; f. steunen op muur, hek, leuning, auto; g. met de zijkant van het lichaam tegen muur; h. voet op trap, tree, kist; i. tegen paal.
Touw of ketting als: j. vastgemaakt onder de camera, vastgeklemd onder voet en omhoog getrokken.
Eenbeenstatief als: k. uitschuifbaar statief, stang, stok.
Bij al deze situaties gaat het om filmen vanaf een vast camerastandpunt.

RANGSCHIKKING VAN OPNAMEN
De camera doet zo veel meer dan alleen “een plaatje maken” van een situatie. Het geeft jouw kijker een bepaalde indruk over het onderwerp en zijn omgeving. We delen een opname meestal in naar hoeveel ruimte het onderwerp in beeld inneemt. Als het om een omschrijving van een opname gaat, maakt het niet uit of je bijvoorbeeld een close up maakt door met de camera dichtbij het onderwerp te gaan staan en een groothoeklens te gebruiken of met de camera veraf te gaan staan en een telelens te gebruiken. Het blijft een close up. Het resultaat is verschillend wat betreft perspectief en verhoudingen, maar de grootte van de opname kan gelijk zijn.
A. Een long shot of full shot laat de actie in totaal op afstand zien.
B. Een wide shot of cover (alles ziende) shot laat bijvoorbeeld de acteurs en hun omgeving duidelijk zien.
C. Een very long shot of vista shot geeft een overzicht van een locatie.
D. Een close shot of tight (nauw) shot concentreert zich op een detail.

BASIS-OPNAMEN VAN MENSEN
Om efficient te kunnen communiceren over de verschillende mogelijkheden om mensen in beeld te brengen, bestaat er een officiële Engelse reeks van afkortingen. De afkortingen vertellen hoeveel en wat er van de mens in beeld is te zien:
ECUExtreme close up (detail opname) – geïsoleerd deel.
VCUVery close up (van gezicht) – van midden voorhoofd tot boven kin.
BCUBig close up (krappe close up van gehele hoofd) – hoofd zit krap in het kader.
CUClose up – gehele hoofd + bovenkant schouders.
MCUMedium close up – hoofd, met wat ruimte tot kaderrand, t/m oksels.
MSMedium shot (mid-shot, close medium shot, CMS, taille shot) – kadreert lichaam net beneden het middel.
Knee, 3/4 shotKnee shot, three-quarter length shot – kadreert net onder de knie.
MLSMedium long shot (full length shot, FLS) – gehele lichaam + boven en beneden het lichaam wat ruimte tot de kaderrand.
LSLong shot – de persoon neemt driekwart tot een derde van de kaderhoogte in.
ELSExtra long shot (extreme LS, XLS) – de persoon neemt een klein gedeelte van het kader in.

CAMERASTANDPUNTEN
Als je een filmopname wilt maken is de eerste vraag: wat wil je de kijker laten zien? Op basis van het antwoord kies je het camerastandpunt ten opzichte van de perso(o)n(en) of het onderwerp.
1. Dichtbij, veraf of daartussenin.
2. Voor, achter of opzij.
3. Op ooghoogte, hoger of lager.
Maak je gebruik van een normaal perspectief, een kikvors- of een vogelperspectief? Met een laag camerastandpunt, het kikvorsperspectief, maak je het onderwerp extra belangrijk, “je kijkt er tegen op”. Met een vogelperspectief, van boven af, maak je het onderwerp of een persoon juist “klein”, minder belangrijk. Bijvoorbeeld een filmopname van een leerkracht gefilmd in kikvorsperspectief en een opname van een leerling gefilmd in vogelperspectief, krijgen samen een extra betekenis. De twee camerastandpunten laten zien wie het hier voor het zeggen heeft en wie zich aan het gezag dient te onderwerpen! Een vogelperspectief kan ook gebruikt worden om een establishing (overzicht) shot te maken. Het is meestal een totaalopname (long shot, full shot, very long shot, vista shot) aan het begin van een filmscène om duidelijk te laten zien waar en/of met wie en soms wanneer (‘s nachts, in de winter) de volgende filmopnamen van de filmscène zich afspelen.

CAMERABEWEGING
Veel gebruikte camerabewegingen zijn de pan en de rijer. De pan vaak van statief en de rijer vanaf een dolly of lopend met een steadycam of gimbal. Met een steadycam of gimbal gaat het rijden hier over in zweven. Door langs of om een object of actie heen te gaan, ervaart de kijker een semi-driedimensionaal effect. Er wordt diepte gesuggereerd. Dit komt doordat het hoofdonderwerp, de achtergrond en eventueel de voorgrond ten opzichte van elkaar bewegen. Vooral bij statische objecten of acties maakt deze aanpak de film dynamischer. Naast meer dynamiek in beeld, gebruik je een pan of een rijer om meer te laten zien dan in een vaste opname, of om een persoon of een onderwerp te volgen, of om het een met het ander te verbinden. De film vertelt dan letterlijk: “dit (die) heeft met dat (die) te maken”. Een pan en een rijer bestaan uit drie onderdelen. 1. een uitgangspunt (startpunt), waarbij begonnen wordt met filmen terwijl de camera nog niet beweegt. 2. een bewegend deel. 3. het einddoel van de beweging (eindpunt), waarbij de camera tot stilstand komt en er nog wel wordt doorgefilmd. Bij een pan of rijer moeten ook de richting en de snelheid van de beweging worden bepaald.

COMPOSITIE
Belangrijke elementen in een beeldcompositie zijn: Lijnen, licht en donker, balans en eenheid.
Lijnen in de compositie van een opname beïnvloeden direct het effect van die opname. Of het nu echte lijnen (muren, kozijnen, ramen, geschilderde lijnen) zijn of denkbeeldige lijnen (gevormd door een samenstelling van objecten of personen), zij beïnvloeden het gevoel van de kijkers over wat zij zien. Lijnen in een compositie “leiden de ogen van de kijker door het beeld”.
Licht en donker heeft ook invloed op hoe de kijker op een compositie reageert. Donkere delen kunnen een “benauwd” gevoel geven in vergelijking met het “vrije” gevoel van lichte delen (zoals in de tweede opname).
Balans en harmonie in een compositie verkrijg je door een onderwerp of persoon rondom het midden van het beeld te plaatsen (1.). Een gebrek aan balans in het beeld zorgt ervoor dat de compositie betrekkelijk onstabiel lijkt (2.). De balans kan symmetrisch (formeel, eenvoudig, maar betrekkelijk saai) zijn (3.) of asymmetrisch zijn (4.), waarbij door regeling van de grootte en de plaats van lichtere en donkerder delen een aantrekkelijker effect wordt bereikt. Balans en harmonie wordt beïnvloed door grootte en vorm van lichte en donkerder delen in het beeld, hoe deze in het kader zijn gezet en hoe zij zich tot elkaar verhouden.
Eenheid is het principe van het zo rangschikken van onderwerpen in het beeld, dat er onderling verband ontstaat of dat er een groep ontstaat, in plaats van afzonderlijke onderdelen.

COMPOSITIE EN DIEPTEAls je diepte in je beelden kunt suggereren, maak je je beelden realistischer. Er zijn verschillende manieren waarmee je in beeld een groter gevoel van diepte en realisme kunt scheppen.
1. Een voorgrond (bomen, planten, door een raam) bevordert een illusie van diepte.
2. Het hoofdonderwerp in het licht plaatsen tegen een donkerder achtergrond.
3. Het hoofdonderwerp door middel van scherpte en scherptediepte isoleren van voor- en achtergrond.
4. Probeer te vermijden om je onderwerp tegen een vlakke achtergrond zonder detail te plaatsen, helemaal als er plat en diffuus licht (geen schaduwen) op je onderwerp schijnt.
5. Als je objecten “met een menselijke maat” (personen, meubels, objecten met vertrouwde/bekende maten) filmt, krijgt de kijker daardoor al een beter gevoel van afstand en schaalgrootte. Betrek deze elementen zo mogelijk in je opnamen. Het vergroot de aandacht van de kijker voor jouw opnamen/film.

HANGBRUG
In de twee opnamen van de hangbrug, totaal of long shot (1.) en een detailopname (2.) van de brug, komt een aantal elementen, zoals hierboven beschreven, bijeen. Het leiden van de ogen van de kijker naar de overkant van de brug (lijnen). Diepte in de verte suggererend. Hoog en laag bij de detailopname met een detail van de staalkabels waaraan de brug hangt en de rivierstroom in de diepte. Ook de menselijke maat is vertegenwoordigd in het totaal. In de tweede opname neem je als kijker de plaats in van de persoon in de totaalopname, een point of view. Samen vertellen de twee opnamen een klein (beeld)verhaaltje: lange smalle hangbrug voor personen, hangend aan staalkabels, hoog boven een rivier.

GESLAAGD CAMERAWERK
Geslaagd camerawerk is een optelsom van bekwaamheden:
+ bekend zijn met alle camera instellingen en -mogelijkheden ofwel “ken je camera”.
+ oog hebben voor en kennis hebben van (audio)visuele mogelijkheden.
+ een goed camerastandpunt kunnen kiezen.
+ functionele beeldcomposities met of zonder camerabeweging kunnen maken.
+ “monteerbare” opnamen voor een beeldverhaal kunnen maken.Zelfs minder tastbare zaken als handigheid, uithoudingsvermogen, geduld en een goed geheugen kunnen bijdragen aan succesvol camerawerk.

Veel plezier en succes toegewenst bij het maken van een boeiende film!

Geraadpleegde bron: Video Camera Techniques van Gerald Millerson

Theo Kok, Filmmaker
www.echtlerenfilmen.nl

 

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Transcontinenta Mindshift BackLight 36L Photo Daypack ”Go Big”
De Mindshift BackLight 36L Photo Daypack borduurt voort op MindShift’s streven om outdoorfotografen een snelle ...