Echt leren filmen: Filmen en kijken

Redactie How to Video opnames

Archief Digital Movie 118-2017
Kijken bij filmen is tweeledig. Eerst (be)kijkt de filmmaker wat hij gaat vertellen en hoe hij dat in beeld en geluid gaat vormgeven. Als de film gereed is, wordt deze bekeken. De kijker is uiteindelijk degene voor wie de film wordt gemaakt. Alle reden om het de kijker naar de zin te maken. Hoe zorg je ervoor dat de kijker geboeid naar je film kijkt? Hoe zorg je ervoor dat wat je de kijker wilt vertellen goed overkomt? Ga je het iemand letterlijk in beeld laten vertellen met een “talking head”? Of schotel je de kijker een boeiend beeldverhaal voor? Hoe laat je het een en ander zien en horen? Wordt het film of kleurenradio? Zoals de mens het ziet, kunnen we dat op film vastleggen? Hoe kijken wij?

DRIEDIMENSIONAAL KIJKEN
De mens kijkt en ziet driedimensionaal, dat is kijken en zien met diepte. Dit kan omdat de mens gebruikmaakt van twee ogen én van hersenen. Kijken met de ogen en zien met de hersenen. Het beeld dat het oog binnenkomt wordt op het netvlies geprojecteerd. Het netvlies van het oog kent twee dimensies: hoogte en breedte. Doordat de twee ogen naast elkaar staan, kijken de twee ogen onder een net iets andere hoek naar het onderwerp. De twee net iets verschillende beelden op het netvlies worden in de hersenen samengevoegd. Hierdoor ziet en ervaart de mens diepte. Het één dichterbij, het ander verder weg.Onze ogen en hersenen kunnen nog meer. Wij kijken onder een horizontale hoek van ca. 180 graden! Dit resulteert in een enorm breed beeld! Wij kunnen ons focussen op een detail daarvan én… tegelijkertijd ook het gehele totaalbeeld blijven zien. Daarbij zien wij altijd alles scherp en is “onze horizon” altijd recht! Ook zijn “onze belichting, lichtgevoeligheid en kleurtemperatuur” altijd perfect in orde! Allemaal vanzelfsprekend, met dank aan onze hersenen.

DRIEDIMENSIONAAL FILMEN
Natuurlijk wil de mens het “3D-kijken” kunnen nabootsen met film. Dat is gedeeltelijk gelukt. In navolging van de stereoscopische fotografie, ging men ook stereoscopisch filmen met twee camera’s vlak naast elkaar. Om de twee iets verschillende beelden samen als één beeld te kunnen zien, werd eerst de anaglyphmethode gebruikt. Bij anaglyph worden twee aparte beelden over elkaar getoond, een rood beeld voor het linkeroog en een cyaan beeld voor het rechter. Deze beelden worden bij het bekijken weer gesplitst, door ze met een speciale bril te bekijken. Deze zogenoemde ‘anaglyphbril’ (een brilletje met een rood filter links, en een cyaan filter rechts) filtert uit de anaglyph-afbeelding twee verschillende beelden. Het linkeroog ziet alleen het beeld in rood, en het rechteroog ziet alleen het beeld in cyaan. Onze hersenen maken er weer één beeld met diepte van. Later ging men over op de polarisatiemethode met gepolariseerd licht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat licht een transversale trilling is en dat het trilt in een bepaalde richting. Met polarisatiefilters worden de beelden gepolariseerd, zodat het ene beeld trilt van linksboven naar rechtsonder en het andere van rechtsboven naar linksonder. De kijker kan met een polabril de twee verschillende, over elkaar geprojecteerde beelden als één beeld met diepte zien.

DOLBY CINEMA
Sinds enkele jaren is er in Nederland Dolby Cinema. Dit is een totaalconcept voor de meest optimale 3D-filmbeleving in de bioscoop met Dolby Vision en Dolby Atmos. Dolby Vision is een super beeldtechnologie met ongelofelijke kleuren, een contrastomvang van één op één miljoen en tweemaal de helderheid van standaard projectieschermen. Dolby Vision wordt aangestuurd door een duo-laser projectie-technologie en is gemaakt voor een constante belevenis, waardoor de kijker nog meer bij het beeldverhaal betrokken raakt. Dolby Atmos is een toonaangevende geluidstechnologie die zorgt voor krachtig, “bewegend” geluid dat van alle kanten komt, zelfs van boven en van achteren. Tot wel 128 afzonderlijke geluiden kunnen exact op de juiste plek en precies bewegend door de ruimte in de bioscoop te horen zijn. Elk geluid is levensecht, zeer gedetailleerd en zuiver, waardoor je als kijker én luisteraar “midden in het verhaal zit”.

4DX
De mens is altijd op zoek naar meer. Zo ook bij een optimale filmbeleving. Dit heeft geleid tot 4DX, een bioscoopervaring op vierdimensionaal niveau. 4DX is een nieuwe technologie, die met twintig effecten de bioscoopervaring intenser maakt. Bezoekers kijken niet alleen naar een film, maar “leven erin”. Bewegende stoelen en effecten zoals wind, bubbels en geur zorgen voor een ongekende ervaring, synchroon met de filmbeelden. De stoelen in de zaal kunnen meerdere kanten op bewegen. Zo kan de kijker, nog meer dan bij een 3D-film, zich vereenzelvigen met personages in de film die bijvoorbeeld vliegen of duiken.
Bioscoopexploitant Pathé opent in december 2017 in Pathé de Munt in Amsterdam en in Pathé de Kuip in Rotterdam de eerste twee 4DX-zalen met Dolby Cinema. Deze combinatie is de nieuwste ontwikkeling in de bioscoop op het gebied van spectaculaire beeld-, geluid- en ervaringstechnologie. Ondanks deze ontwikkelingen in de bioscoop, worden nog steeds veel films met één camera, met één objectief, ofwel tweedimensionaal opgenomen.

TWEEDIMENSIONAAL FILMEN
Als we tweedimensionaal gaan filmen, denken we te kunnen filmen wat we zien. Dat blijkt een valkuil. Want wij kunnen niet precies filmen wat we zien! We kijken bij het filmen driedimensionaal langs de camera, maar filmen (meestal) tweedimensionaal. Als we de filmopname bekijken zien we géén diepte. Alles bevindt zich in één plat vlak en “aan elkaar geplakt”. Het is logisch dat de camera geen diepte kan vastleggen, omdat we maar met “één oog” (de lens), “één netvlies” (de sensor) en zónder hersenen filmen! Daardoor is het ook niet vanzelfsprekend dat de horizon automatisch recht staat, alles er automatisch scherp uitziet, de belichting, de gevoeligheid en de kleurtemperatuur automatisch juist zijn. Dus kun je niet zomaar filmen wat je (driedimensionaal) “denkt” te zien. De camera kan slechts tweedimensionale beelden met alleen hoogte en breedte, zónder diepte opnemen. Om enigszins diepte in een film te suggereren, maak je bij het filmen bijvoorbeeld gebruik van licht en donker, schaduwen, scherpte en onscherpte, kleurcontrasten, voor- en achtergrond en camerabewegingen. Door een camerabeweging verandert meestal het perspectief. Voorgrond, onderwerp en achtergrond verschuiven ten opzichte van elkaar, “komen van elkaar los”, waardoor er een suggestie van diepte ontstaat.

LICHT(GEVOELIGHEID) EN KLEURTEMPERATUUR
De mens ziet alles altijd goed belicht. Automatisch doseren onze ogen en hersenen de juiste hoeveelheid licht. De mens beschikt door gebruik van de hersenen over een enorme “lichtgevoeligheid en belichtings- en contrastomvang”. De mens kan zowel met fel zonlicht in de sneeuw (heel veel licht), als in het bijna donker, bijvoorbeeld aan het eind van een schemeravond (heel weinig licht), goed kijken. Dat komt omdat onze ogen en hersenen vele malen meer capaciteit en mogelijkheden hebben, dan onze camera met lens en sensor ZONDER hersenen. Zelfs een combinatie van veel en weinig licht kunnen onze hersenen aan. Dat kan geen enkele camera zonder hulpmiddelen. Met behulp van grijsverloopfilters kunnen we bij het filmen wel enigszins de werkelijkheid benaderen, zoals bijvoorbeeld de mens een zonsondergang met een lichte lucht ziet. De mens ziet ook alles met de juiste kleurtemperatuur. Wit is wit. Een camerasensor is maar gevoelig (instelbaar) voor één kleurtemperatuur. Bijvoorbeeld zonlicht of kunstlicht, respectievelijk 6500 en 3000 graden Kelvin. De camera kan zo ingesteld worden dat automatisch de juiste kleurtemperatuur wordt gekozen. Maar de camera kan geen kleurtemperaturen mengen. Onze hersenen kunnen dat wel.

KIJKEN OF LUISTEREN
We kijken film of tv en we luisteren radio. We praten over “kleurenradio” als bij film of tv de informatie hoofdzakelijk via het geluid tot ons komt. Film en tv zijn audiovisuele media met de nadruk op visueel. Radio is alleen een auditief medium. Tegenwoordig lijken tv-programma’s vaker op een visueel radioprogramma. Bij de talkshows kijken we veel naar pratende hoofden (“talking heads”) en waarover men praat wordt meestal niet of summier in beeld gebracht. Ook in journaals, “achter het nieuws rubrieken” en andere voorlichtingsprogramma’s wordt veel gebruik gemaakt van “talking heads”. De redenen zijn vaak tijd en geld. Het is nu eenmaal voordeliger om in een half uurtje een talking head te filmen, dan een hele dag opnamen voor een beeldverhaal te maken. En dat geldt ook voor de montage.

VISUEEL VERTELLEN
De mens is primair visueel ingesteld. De mens onthoudt 80% van wat hij ziet en slechts 20% van wat hij hoort. Daarom heeft bij film een visuele, beeldende aanpak de voorkeur. Laat met beelden zien wat je wilt vertellen! De basis voor een doeltreffende communicatie is het verhaal. Voor film is dat het beeldverhaal, een logische beeldenreeks met geluid. Een beeldverhaal bestaat uit een inleiding, een kern en een slot. Het vertelt over wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Een beeldverhaal maak je met beeld- en filmtaal. Daarvoor zijn de “basis-ingrediënten”: een totaal, een medium en een close up. Het beeldverhaal is de basis voor het verfilmen van een gebeurtenis, een geschiedenis, een handeling, een onderwerp of een voorval. Daarbij kunnen acteurs, een presentator, een commentaar, muziek, teksten en titels op zich of in combinatie een belangrijke ondersteunende en soms leidende rol spelen. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden!

VOORUITKIJKEN
Filmen is vooruitkijken. Dat begint al bij het voorbereiden. Wat wil je gaan filmen, hoe wil je dat aanpakken, wat voor soort film wil je gaan maken, wat denk je aan mensen, technische hulpmiddelen en financiële middelen nodig te hebben, welke medewerking en toestemming wil je hebben, wat is je idee, wat is je verhaal, wat is je doelgroep? Ga niet zomaar wat filmen. Kijk vooruit naar wat er kan gaan gebeuren. Wil je bij een actie vooraan staan of kies je ervoor om de actie overzichtelijk van boven te filmen? Een reden om vooraan te staan kan zijn, om voor het geluid de microfoon zo dicht mogelijk bij het onderwerp te hebben. Bijvoorbeeld een straatmuzikant. Maak eerst een dichtbij-opname van de muzikant met goed geluid, inclusief een begin en een slot van de muziek. Maak daarna opnamen van het luisterend en applaudisserend publiek en totaalopnamen van muzikant en publiek samen. Vooruitkijken is ook belangrijk voor de montage. Als je in dit voorbeeld geen publiek hebt gefilmd, kun je dat in de montage er ook niet inbrengen. Dit klinkt logisch en vanzelfsprekend. En toch gebeurt het dat men niet genoeg vooruitkijkt bij het filmen en dan essentiële onderdelen voor het beeldverhaal vergeet op te nemen. Blijf daarom altijd vooruitkijken, altijd anticiperen op wat komen gaat en misschien kan gebeuren. Blijf je bij het voorbereiden, opnemen en monteren ook altijd afvragen of het voor de kijker boeiend is om naar te kijken.

RONDKIJKEN
Door goed om je heen te kijken op de plek waar je wilt gaan filmen, kun je zo het beste camerastandpunt kiezen. Tegelijkertijd kun je zo ook de plekken mijden van waar je absoluut niet moet gaan filmen. Bij het filmen van “actie-reactie” is het logisch om tevens achterom te kijken. Bijvoorbeeld als je iemand filmt die door een verrekijker kijkt. Draai je dan om, om te zien waar diegene naar kijkt. Film dan ook wat diegene ziet. Omgekeerd geldt het ook! Als je een actie filmt, zoals in het voorbeeld van de straatmuzikant, kijk dan achterom en zie wie naar de muzikant kijkt en luistert. Film dan ook het luisterend publiek. Kijk niet alleen om je heen, maar kijk ook omhoog en als je hoog staat, kijk dan ook naar beneden. Ook dit klinkt weer logisch. En toch wijst de praktijk uit, dat men regelmatig vergeet een overzicht van boven of een detail van beneden te maken voor de nodige functionele afwisseling. Probeer daarom bij het filmen, vooral bij het voorbereiden en opnemen, jezelf een paar disciplines eigen te maken. Eén daarvan is: kijk altijd om je heen, het zijn maar 360 graden…

OP- EN NEERKIJKEN
Een ander onderdeel van het kijken bij filmen is het perspectief. Daarbij onderscheiden we twee belangrijke perspectiefmogelijkheden: het kikvors- en het vogelperspectief. Bij het kikvorsperspectief staat de camera altijd lager dan het onderwerp. De camera kijkt tegen het onderwerp op, zowel letterlijk als figuurlijk. Bijvoorbeeld een opname van een leerkracht in de klas. Door het lage camerastandpunt wordt de leerkracht belangrijk neergezet. Zij heeft duidelijk overwicht op de kinderen. De kijker (en de leerlingen) kijken letterlijk en figuurlijk tegen haar op. Het omgekeerde is het geval bij het vogelperspectief. Daarbij staat de camera altijd hoger dan het onderwerp. Bijvoorbeeld een opname van een leerling die naar de leerkracht (op)kijkt. Een vogelperspectief kan ook worden gebruikt om een overzicht te geven van een situatie in de film of voor een establishing shot. Dit is meestal een totaalopname aan het begin van een filmscène om te laten zien waar en/of met wie en/of wanneer de volgende filmscène zich afspeelt. Het kikvors- en vogelperspectief wordt in de beeld- en filmtaal vaak gebruikt.

COMPOSITIE
Als er één facet van het filmen met kijken heeft te maken, is het wel de compositie. Dat is waar de kijker constant naar kijkt. Een goede compositie is een rangschikking van beeldende elementen die samen een harmonieus geheel vormen. In de vorige uitgave van Digital Movie, nr. 117 (juli 2017), is de compositie uitgebreider besproken. In een compositie is harmonie het sleutelwoord. Om de kijker geboeid naar je film te laten kijken, is het belangrijk om voor harmonieuze, prettig bekijkbare composities te zorgen. Nog belangrijker is het dat de diverse composities goed, bijna onmerkbaar, op elkaar aansluiten of “naadloos” in elkaar overgaan. Want film is een logische reeks van beelden die samen één geheel vormen, samen een verhaal vertellen. Een logisch beeldverhaal houdt het beste de aandacht van de kijker vast.

AANDACHTSPUNT
Het aandachtspunt bij film is het punt dat in de compositie veel of de meeste aandacht vraagt. Het aandachtspunt kan bijvoorbeeld een persoon zijn of een voorwerp, een lichte plek in beeld of juist een donkere plek. Als de aandachtspunten in de opeenvolgende composities (opnamen) zich op dezelfde plaats bevinden, geeft dat de kijker bij de beeldovergang (nieuw shot/nieuwe compositie) rust. Zijn concentratie wordt niet verstoord. Hij hoeft zijn aandacht binnen het filmkader niet plotseling op een andere plek te richten. Op deze manier is de kijker zich nauwelijks bewust van de beeldovergang en kan hij geboeid blijven kijken. Bijvoorbeeld een detail van een wolkenlucht en een totaal van dezelfde wolkenlucht.

HOE LANG KIJKEN
Hoe lang maak je een opname? Hoe lang maak je de opname in de montage? Hoe lang kijk je naar een handeling, overzicht of een close up? Een close up heb je vaak in enkele seconden bekeken. Een overzicht bijvoorbeeld in vijf á zeven seconden. In het voorbeeld van de wolkenlucht heeft de kijker voor het totaal meer tijd nodig, dan voor het detail. Naar een handeling kijk je zolang deze duurt en dat kan soms lang zijn. Daarom wordt een handeling vaak ingekort. Bijvoorbeeld door het gebruik van tussenshots kunnen er stappen in de tijd worden genomen, delen van de handeling worden overgeslagen, om zo alleen de belangrijkste onderdelen van de handeling te tonen. Door de (lange) handeling functioneel in te korten, blijft de kijker geboeid.Het is wel verstandig om de hele handeling op te nemen. Maak elke opname aan het begin en het eind wat langer dan dat je in de montage denkt te gaan gebruiken. Dit is nodig om eventueel te kunnen overvloeien en je hebt meer mogelijkheden bij de fijnmontage. Een goede timing is één van de belangrijkste voorwaarden voor een boeiende film.

TERUGKIJKENEén van de zegeningen van het digitale filmtijdperk is dat elke opname gelijk en snel kan worden teruggekeken (in tegenstelling tot de vroegere film,die eerst ontwikkeld moest worden). De filmmaker kan gelijk zien of het is geworden wat hij in gedachte had. Inhoudelijk wat betreft het spel van acteurs of andere personen, de mono- of dialoog, de mis-en-scène, de compositie, de camerabeweging en het licht. Technisch kan de opname worden gecontroleerd op scherpte, belichting en geluid. Is het niet goed, dan kan er gelijk een nieuwe opname worden gemaakt. En dan begint het spel van vooruitkijken, rondkijken, op- en neerkijken en terugkijken opnieuw. Filmen is kijken…

Veel plezier en succes toegewenst bij het maken van een boeiende film!

Theo Kok
Filmmaker, www.echtlerenfilmen.nl

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Sony HT-SF200 Compacte soundbar
De nieuwe 2.1-kanaals HT-SF200 compact soundbar maakt van de woonkamer een thuisbioscoop. Het compacte design ...