Edits, sequences, cut & paste en de directors cut

Redactie BASIS MONTAGETECHNIEK

In de vorige aflevering van basismontagetechniek werd al de aanzet gegeven tot de eerst eenvoudige edits. Dat wil zeggen het bijsnijden aan de kop en staart van videofragmenten, het maken van een knip (de cut of trim) en het plaatsen van de aldus gecoupeerde clips. Deel 3 behandelt het proces van hoe met de verschillende edits een logisch geheel op te bouwen en het montageproces bij grote videofilms in samenstellende delen uit te voeren. Tevens hoe zelf een ‘directors cut-visie’ te ontwikkelen om uit het geschoten materiaal te halen wat er inzit.

Nog even terug naar de basis van de edits. Dat is gewoon het maken van knippunten aan het begin, einde of in het midden van een videofragment (vaak ook clip genoemd). Het kan natuurlijk voorkomen dat een geschoten videoclip precies past en daarmee zo in de tijdlijn of storyboard van de montage te plaatsen valt. In de praktijk gaat het doorgaans over veel te veel materiaal of keuze uit meerdere shots gemaakt van dezelfde scene. Bij deze (te) grote hoeveelheid videomateriaal dient er netjes geneden en met kritische blik uitgekozen te worden. In de beperking herkent men immers de meester! De director/editor die de overvloedige bulk weet te lozen en precies op spanning, sfeer en onderhouden verhaal weet te snijden, heeft succes. Wie geen beeld wil overslaan creëert meestal een saaie montage met overbodige clips van mindere kwaliteit.Drukwerk

De scènes en I/O-punten
De zojuist genoemde scene is een essentieel onderdeel van het filmisch verhaal. Een scene vertelt iets, laat een bepaalde handeling zien of wordt gebruikt om een bepaalde sfeer te scheppen en/of ergens naar toe te werken. Bekende voorbeelden zijn het uitleggen van een gebeurtenis of proces. Het creëren van spanning, de close-up van de schurk in het steegje gevolgd door een shot van de onschuldige deerne die op straat komt aanlopen. En het scheppen van een tijdsbeeld ter introductie van het verhaal.
Scènes kunnen bestaan uit slechts een of meerdere videoclips. Die worden zorgvuldig bij geknipt en gearrangeerd om de juiste inhoud op te bouwen. Zo ontstaan verhaaltjes die later in de grotere plotlijn van de volledige videofi lm achter elkaar geplaatst worden. Elke edit binnen een scene heeft een kop (het I- of In-punt) en een staart (het O- of Out-punt). Die I- en O-punten vormen de referentievolgorde voor het montageprogramma dat straks de complete video gaat afspelen of exporteren. Er zijn drie typen volgorde-edits met I-en O-punten uitvoerbaar:
Een 1-punts edit. Daarbij gaat het om slechts 1 videoclip waarbij alleen het startpunt in de tijd behoeft te worden vastgelegd;
Een 2-punts edit waarbij de kop en staart van desbetreffende videoclip ten opzichte van de andere fragmenten in de tijdlijn of storyboard wordt opgegeven. Hierbij gaat het dan om het achter elkaar zetten (het zogenaamde stapelen) van videoclips;
Een 3-punts edit. Hierbij is het derde referentiepunt de plaats waar de te monteren clip in een andere of tussen andere clips gevoegd wordt. In de praktijk gaat het hierbij meestal om een insert (= invoegen) van een videofragment.
Op de keper beschouwd lijkt het gehele editproces op het bouwen met legosteentjes. De clipsteentjes worden op snijmaat uitgezocht en in de juiste volgorde in het bouwproject opgenomen.

Projecten en sequences
In de vorige afl evering kwam al het project als organisatievorm voor de gemonteerde videoclips ter sprake. Het project omvat qua informatie alles: de plaats waar de bronbestanden in hun mapjes staan, de aangebrachte edits en cuts, de plaats waar de scènes en videoclips in de tijdlijn staan, de aangebrachte effecten, filters/correcties, titels en geluidsbewerking. Geef het project altijd een makkelijk terug te vinden en logische naam. Dat voorkomt later veel zoeken. Ook een reservekopie maken vormt geen overbodige luxe. Het origineel zal toch maar beschadigd raken…Drukwerk
Montageprogramma’s voor gevorderden kennen ook zogenaamde sequences. Plat vertaald reeksen van clips en/of scènes die elk een afzonderlijk onderdeel vormen binnen het project. Dat is ronduit handig bij het bewerken van grotere videoproducties en langere scènes. Je kunt als editor dan gemakkelijk en overzichtelijk aan de afzonderlijke onderdelen van het videoverhaal werken. En bij latere correcties behoeft alleen de desbetreffende sequence in de montagesoftware geopend te worden. Bij deze constructie bestaat het project uit verschillende sequences die onderling weer chronologisch of plot-technisch samengevoegd worden in een totaal bundelende sequence. Bijvoorbeeld ‘onzevakantievideototaal’. In de praktijk is het meestal zo dat aanpassingen in sequences ook meteen in het totaal worden aangebracht (meegenomen door de software). Dit toch altijd voor de zekerheid even controleren. Anders gewoon de desbetreffende sequence door de nieuwere versie in het totaal vervangen.
Een aanvullende techniek is die van nesting. Deze method komt er kort op neer dat sequences in andere sequences gevoegd worden. Het nestelen van beelden in andere beeldvolgordes. Zo ontstaan er complete bouwwerken binnen het overkoepelende project.
Tevens is het bij een aantal NLE-pakketten mogelijk om meerdere projecten onderling te koppelen. Kan van pas komen als de editor in drie lagen wil monteren: het overkoepelende project, de daaronder vallende deelprojecten en vervolgens de losse sequences. Geschikt voor grotere videodocumentaires en (speel)films.
Maak voor te gaan snijden, knippen en plakken altijd eerst een keuze hoe de geprepareerde AV-clips in de organisatie van sequences en projecten worden ondergebracht. Dat bepaalt in belangrijke mate het gemak en de effectiviteit van de werkstroom bij de montage.

Waarop te snijden?
Alvorens te beginnen met het editen, trimmen of cutten eerst de vraag stellen: “Waarop gaan wij eigenlijk snijden.” Het antwoord hierop wordt door de beginner nogal eens vergeten en dan kunnen er hoogst vreemde of in ieder geval minder logische edits ontstaan.
In principe zijn er vijf ‘waarop-manieren’ om te gaan editen. De eerste manier is vrij simpel het inkorten van c.q. het wegsnijden van overbodig beeld- en geluidsmateriaal. Gewoon kritisch kijken wat nodig is en wat niet? En hoe lang blijft het getoonde eigenlijk interessant voor het beoogde kijkerspubliek?
De tweede manier is knippen en ook samenstellen op de beeld-opbouw. Waar de overzichten, waar de details of close-ups, waar de actie, waar de rust etc. Welke beelden hebben in deze een belangrijke functie en welke niet? Het oorspronkelijk storyboard, script of scenario langs de montage leggen is hierbij een onmisbare hulp.
De derde waarop-manier is het editen op filmisch effect en tempo. Dienen de beelden rustig voort te kabbelen, snel af te wisselen of flitsend te zijn? Bij een dialoog tussen twee spelers kan er bijvoorbeeld snel tussen de afzonderlijke hoofden in het gesprek gewisseld worden.
De vierde manier is die op de aan te brengen speciale effecten (Special Video Effects, SVE’s of FX). Een special effect zoals een overvloeier, wipe of draaiende 3D kubus heeft namelijk een x aantal beelden (frames) nodig om goed tot zijn recht te komen. Anders duurt het SVE te kort of gaat er beeldinformatie in het effect zelf verloren. Altijd direct een SVE op diens uitwerking controleren en zo nodig de videoclips verlengen of inkorten.
Als vijfde en laatste waarop-manier het geluid. De audio is richtinggevend bij editing als het gaat om interviews (tot op het woord), muziek- en theateruitvoeringen. Het verkeerd afkappen van gesproken woord, gezang en muziekstukken kan hoogst storend zijn. Een ander probleem is het veranderen van volume, snelheid van spreken of intonatie aan weerszijden van een knip. Professionele montagepakketten en audio-editors kunnen deze verschillen achteraf bijwerken. In de praktijk komen meestal meerdere van de hier genoemde waarop-manieren in dezelfde montage voor.Drukwerk

De edit-gereedschappen en viewers
De meest bekende edit-gereedschappen zijn het pijltje (pointer), scheermeesje (razor) en de accolade onder het snijvenster. Een pointer wordt gebruikt om aan de I- en O-punten in de tijdlijn of op het montagestoryboard te trekken. Het scheermesje knipt de videoclip ter plaatse in stukken. Vervolgens kan de editor de losse onderdelen bewerken, bijvoorbeeld in/uitzoomen en op beeld corrigeren, verplaatsen of verwijderen. Bij de accolades scrollt de editor in het trim/editvenster door het beeld en zet een {als In-punt en een} als uitpunt. Behalve accolades worden er ook wel dikke pijlpunten gebruikt. Het scrollen zelf kan met een cursor of jog & shuttle-wiel.
Het komt regelmatig voor dat de editor alleen de beeldlas of alleen de geluidslas met behulp van de editing-tools wil verplaatsen. Dit bijvoorbeeld om het geluid al onder de voorgaande clip te laten beginnen of om een beeld-insert onafhankelijk van het geluid of juist zonder geluid te maken. De meer gevorderde montagepakketten bieden daartoe de mogelijkheid om sporen op slot te zetten of beeld en geluid te ontkoppelen. Bij het op slot zetten (locken) wordt het desbetreffende beeld- of geluidsspoor gewoon van verdere bewerking op dat moment uitgesloten. U kunt dan rustig alleen het beeld of geluid bewerken en daarna de zaak weer unlocken. Het op slot en daar weer vanaf zetten gaat meestal via het aaklikken van een slotsymbooltje. Let er op dat daarbij de synchroniteit van beeld en geluid niet per ongeluk verloopt! Een tweede methode vormt de unsync. Hierbij koppelt de editor het beeld en geluid los van elkaar zodat de desbetreffende Ien O-punten onafhankelijk van elkaar te verplaatsen zijn.
De aan te brengen en gemaakte edits worden bekeken in een soort monitorvenster, de viewer, beoordeeld. In het eenvoudigste geval is er sprake van slechts een viewervenster waarin zowel het snijden als het bekijken van de gemaakte montage dient te geschieden. In de meer luxe montagesuites is er een apart bronvenster of viewer voor de op dat moment te bewerken clip en een ouputvenster (Canvas) waarin de montage afspeelt beschikbaar. Onder dit venster staan de bedieningsknoppen voor afspelen, heen-en-weerspoelen, geluid of beeld aan en uit en het markeren van snijpunten.

Speciale edits
Behalve de basis-edits met pointer, razor en accolades zijn er ook speciale edits. Deze verschillende typen edits staan als gereedschappen (tools) gerangschikt als iconen in de gereedschapskist of -balk (toolbar) van de montagesoftware. Klik met de muis op het gewenste tool en de cursor neemt de daarbij behorende vorm aan.Drukwerk
Een zogenaamde ripple edit wordt gebruikt om in de tijdlijn een editpunt van de te bewerken clip te verlengen of te verkorten. U activeert eerst het rippletool en trekt daar bijvoorbeeld mee aan de staart (O-point) van de te editen clip. Al het materiaal dat rechts van deze staart in de tijdlijn geplaatst is wandelt geheel synchroon mee. Hierdoor wordt de gehele montage langer of korter terwijl alles rechts van de las geheel intact blijft. Om de ripple-tool te kunnen gebruiken dient er wel speling in het material te zijn. Je kunt de staart niet verder uittrekken dan de gehele clip lang is. Daarom valt het aan te bevelen om altijd wat meer materiaal per clip in te laden dan er strikt nodig is. Een leeg stuk op het videospoor in de tijdlijn wordt door het ripple-tool gewoon als een zwarte clip gezien die u kunt verlengen of verkorten.
De ripple edits worden dikwijls gebruikt om betere lassen of cuts te realiseren of de beeldlas op een andere plaatst te leggen dan de geluidslas. Daarvoor moet u dan wel eerst het geluids- of het videospoor op slot doen zodat slechts een van beiden te ripplen valt.
Een roll(ing)-edit houdt de lengte van de totale video (sequence of program genoemd) constant. Dat wil zeggen als u een clip verkort of verlengt zal de andere clip naast het editpunt langer of korter moeten worden om dezelfde lengte van de totale montage te behouden. Alle andere clips die niet geëdit worden, blijven gewoon op dezelfde tijd in de tijdlijn staan. Ook hier is voor het kunnen verlengen van een clip noodzakelijk dat er extra uitrol-ruimte aanwezig is. Houd hierbij het inladen van het materiaal rekening mee!
De roll(ing)-edit kent twee belangrijke toepassingen:
1. Het achteraf netter maken van lassen in een montage die al grotendeels compleet is. De editor verlegt gewoon het laspunt enkele of meerdere frames links en rechts zonder dat de rest van de montage in de tijdlijn wordt aangetast. Behalve voor cuts kan dit ook voor het nauwkeurig of beter kunnen plaatsen van effecten of beeldinserts;
2. Met de geluidssporen op sync off of op slot vormt de rolledit een prima methode om de beeld- en geluidslas lokaal ten opzichte van elkaar te verschuiven zonder dat de verdere synchroniteit van de montage verloren gaat. Rolling edits kunt u in de tijdlijn maar ook vaak in trimvensters toepassen. Een nabijgelegen videoclip om extra materiaal te leveren of plaats te maken is onmisbaar.
De slip-edit maakt een edit waarbij de editor de I- en O-punten verandert zonder dat de totale lengte van de videoclip gewijzigd wordt. Belangrijk is dat er voldoende materiaal aan de kop en de staart dient te zijn om te kunnen schuiven met de inpunten en uitpunten en dat alle overige clips keurig op hun eigen vaste locatie in de tijd blijven staan. Het is niet nodig dat er een andere clip naast de met de slip edit te bewerken videoclip ligt.
Ook de slip-edit kent twee belangrijke toepassingen. De eerste is die van het herzien van een eerdere gemaakte trim als de rest van de montage al grotendeels compleet is. Daar verandert immers niets aan. Wel aan het startpunt en einde van de bewerkte clip. De tweede toepassing vormt het beter positioneren van effecten als het probleem uitsluitend in die ene clip zit.
De techniek van slide edits bestaat uit een combinatie van het verplaatsen van een clip in de sequence met gelijktijdige toepassing van roll edits de clips voor en achter de met het slidetool te bewerken fragment. Respectievelijk wordt het O-punt van de voorafgaande en het I-punt van de daarop volgende clip aangepast.Drukwerk
Belangrijk bij de slide edit is:
* dat de lengte van de middelste clip niet verandert;
* dat de totale lengte van de videofi lm in de tijdlijn gelijk blijft.
Deze techniek past de editor toe als een clip wel de juiste lengte heeft maar eigenlijk net iets later of eerder moet komen dan bij de huidige positie het geval is. Heel bruikbaar verder voor het verleggen van beeldlassen, het verleggen van geluidslassen en nog net iets anders kunnen invoegen of verwijderen in de voorgaande respectievelijk volgende clip in de tijdlijn.
De split-edit is eigenlijk geen officieel edit-gereedschap. Het gaat echter wel om een handige techniek waarbij een grotere clip in een of meerdere stukken wordt opgedeeld. Gewoon een kwestie van de clip met het scheermesje of de schaar op de juiste edit points doorknippen. Vervolgens kan de editor:
* alle hiervoor genoemde edit-tools op de nieuwe lassen loslaten;
* stukken uit de clip verplaatsen, dupliceren of in hun geheel verwijderen;
* insert-clips plaatsen in de gemaakte knip
Tot slot nog het verschil tussen een insert en een overwrite edit. Bij de insert (= invoegen) wordt het beeld of geluid op een bepaalde locatie ingevoegd en de belendende video/audio-clips schuiven voor dezelfde lengte op. Bij het overschrijven wordt het AV- materiaal ter plekke vervangen zonder dat er iets opschuift.

Cut & paste en copy
Net als bij tekstverwerken kan de editor stukken video losknippen, verplaatsen of plakken en kopiëren. Daarvoor worden respectievelijk de opdrachten cut, paste en copy gebruikt. Krachtige gereedschappen waarmee de videomaker de productie nauwkeurig kan editen en aanpassen.
Door het knippen, plakken, trimmen en verplaatsen in de tijdlijn kunnen niet aansluitende clipdelen ontstaan die lelijke zwarte flitsen veroorzaken. Deze gaten worden gaps genoemd. Controleer altijd direct na het maken van een las of deze wel goed aansluit! Een aantal montagepakketten kan gaps (automatisch) opsporen en/of deze met een opdracht (close cap) sluiten.Drukwerk

De directors cut
Er bestaat niet slechts een snijversie van een videomontage. In feite zijn er tal van varianten mogelijk die allen net hun eigen sterkte of zwakte hebben. In de film- en tv-wereld wordt veelal op de duur van de fi lm gesneden. Bij de directors cut gaat het meer om de inhoud of visie die volgens de maker het verhaal het beste vertolkt. Deze principes gelden ook voor elke videomaker. Varieer met lengte en inhoud tot er een montage ontstaat die het beste bij de doelgroep van kijkers past. En wellicht is het verstandig om meerdere versies te cutten voor het vertonen aan verschillende groepen toeschouwers.

Ulco Schuurmans

One Comment

  1. sorry dat ik hier op de verkeerde plaats een vraag stel,
    ik werk met Adobe Premiere 5.5, als ik nu een filmpje opgenomen met een smartphone in verticale stand importeer in Premiere plaatst dit edit programma het filmpje automatisch in horizontale positie ! na al het mogelijke gedaan te hebben krijg ik het filmbeeld niet in verticale positie! ik hoop dat jullie een oplossing voor dit probleem kunnen toveren
    vriendelijke groeten,
    Leo Demoor

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Check Also
‘Een beetje Berlijn in Amsterdam’
Gisteren hebben de Berlijnse audiospecialisten van Teufel en Raumfeld de deuren van hun gezamenlijke brandstore ...