Feitenrelaas zaak Zuster Godfrieda (deel 1) Complexe realiteit visueel gereconstrueerd

Redactie How to Video opnames

Om de werkwijze van het in beeld brengen van een feitenrelaas uit het verleden op een begrijpelijke manier uiteen te zetten, reisde Richard Helwig enkele dagen met de videocamera af naar het Belgische plaatsje Wetteren. Hier onderzocht hij de zaak Zuster Godfrieda uit het jaar 1977.

Eerst een korte terugblik zoals die in het eerste deel van dit artikel in beeld is gebracht. De feiten vinden tegen het eind jaren zeventig plaats in het plaatsje Wetteren, op iets meer dan tien kilometer ten oosten van Gent. Hier is het klooster van de Apostolinen van de Heilige Jozef gevestigd. Ernaast bevinden zich een paar klinieken en een klein rusthuis voor bejaarden. Het rusthuis valt in die jaren onder het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW).Richard_VE101-12_505
Kloosterzuster Godfrieda voert de leiding over het rusthuis. Op een bepaald moment krijgt ze hevige hoofdpijnen. Er wordt een hersentumor geconstateerd. In haar schedel wordt een zilveren plaat ingebracht. Om de pijn te bestrijden, krijgt ze verdovende middelen voorgeschreven die hoofdzakelijk bestaan uit opium en morfine derivaten. Het is dan 1975.

Verdachte overlijdensgevallen
De medische ingreep maakt de situatie er niet beter op. Vanaf dat moment gaat het helemaal mis met Zuster Godfrieda. Haar persoonlijkheid verandert. Ze raakt verslaafd aan de voorgeschre-ven middelen en zakt steeds verder weg in deze gewoonte.
In de eerste helft van het jaar 1977 neemt het sterftecijfer in het rusthuis plotseling onrustbarend toe. Bewoners die niet ziek zijn, overlijden op onverklaarbare wijze. Het begint de verpleegsters op te vallen dat Zuster Godfrieda hier best wel eens iets mee te maken zou kunnen hebben. Vreemd is namelijk dat deze kloosterzuster telkens bij verdachte overlijdensgevallen betrokken is. Pas later blijkt waarom. De verdenking dat Zuster Godfrieda haar bewoners om het leven brengt, blijft voorlopig binnen de muren van het rusthuis. De verpleegsters maken zich grote zorgen. Ze zijn bang en zwijgen naar buiten in alle talen. Onderling praten ze er voorzichtig over. Niemand durft enige actie te ondernemen door naar het bestuur van het rusthuis te stappen. De verdachte overlijdensgevallen blijven ondertussen onverminderd toenemen.Richard_VE101-12_506

Onbekende aspecten
Stuk voor stuk zijn dit ingrediënten waarmee zich een filmverhaal vormt. Het betekent dat op zoek is gegaan naar historische gebeurtenissen en feiten die op de één of andere manier logisch uit elkaar voortvloeien. Causale verbanden (oorzaak en gevolg) spelen daarin een rol. Het is daarbij noodzakelijk onbekende aspecten toch te kunnen visualiseren. Een voorbeeld is het uiterlijk van Zuster Godfrieda. Hoe zag ze er uit? Wat waren haar gelaatsuitdrukkingen? Welke lichaamstaal hanteerde ze? Niemand heeft ooit een foto van haar genomen of haar nauwkeurig beschreven tijdens het uitoefenen van haar functie in het rusthuis. Althans, voor zover tijdens mijn research bekend is geworden. Zelfs als er beelden zouden zijn, dan nog moet de persoon worden vervangen door een figurant. De achtergrond wordt opgevuld door randspelers over wie ik nauwelijks iets te weten ben gekomen in deze zaak. Alle beschrijvingen van historische gebeurtenissen vertonen trouwens gaten. Simpelweg omdat het niet bekend is (onduidelijk is of Zuster Godfrieda de gordijnen in de kamers van de slachtoffers sloot voordat zij tot moorden overging; in de reconstructie is hiervoor wel gekozen). Fictionele elementen mogen daarom best worden toegevoegd. Mits met mate!

Grote teleurstelling
Het feitenrelaas is toe aan een ‘nieuwe’ wending. Eén verpleegster wordt alles teveel. Het is Luciënne Rasschaert die de moedige beslissing neemt om naar bestuursvoorzitter Romain Verschooris te stappen. Ze doet haar beklag over wat er gaande is. Hoe ze ook haar best doet om iets aan de slepende toestanden te veranderen: het wordt een grote teleurstelling. De voorzitter reageert furieus op alle beschuldigingen. Hij bestempelt de klaagster als ‘een zot wijf’, adviseert haar vooral de mond te houden en dreigt met ontslag. Ze druipt af.Richard_VE101-12_189

Loze belofte
Zuster Godfrieda gaat ondertussen op de oude voet door met waar ze mee bezig is. Op 8 augustus 1977 overwint leerling verpleegster Wivina Lison haar angst en stapt naar dezelfde bestuursvoorzitter. Vier dagen later gaat ze, samen met de collega’s Luciënne Rasschaert en Anna van den Boogaard, weer naar hem toe. Opnieuw wordt verteld dat Zuster Godfrieda de bewoners van het rusthuis om het leven brengt. Een directe actie is volgens hen dringend nodig. De voorzitter lijkt nu wat ontvankelijker en belooft er ‘wat’ aan te doen. Dat blijft echter bij een loze belofte. Er gebeurt niets. Twee dagen later dient zich wederom een overlijdensgeval aan. Het betreft de 79-jarige inwoonster Irma de Backer die, na een paar nachten slecht geslapen te hebben, op 14 augustus 1977 na het middagmaal een injectie krijgt toegediend door Zuster Godfrieda. Nauwelijks vier uur later is ze dood. Het is sinds januari de tiende persoon die overlijdt.

Emotionele beleving
Het filmverhaal kan een waarheidsgetrouw beeld geven van de impact die dit soort gebeurtenissen op de naaste omgeving heeft. Voordat de verpleegsters Zuster Godfrieda verdenken, twijfelen ze langdurig. Er is zoveel argwaan dat verdachte overlijdensgevallen stiekem worden genoteerd. Dat er een kloosterzuster is die bewoners om het leven brengt, gaat elk verstand bij de kijker te boven. Het is normaal dat zoiets gevoelens en vragen oproept. Niet alleen wordt de betrokkenheid van de kijker vergroot, maar wordt die ook meegesleept in redeneringen (volgens de verpleegsters maakt Zuster Godfrieda veelvuldig dodelijke slachtoffers) en blootgesteld aan onbeschrijflijke ervaringen (het aantal slachtoffers loopt op zonder dat er iets gebeurt). Er wordt sterk op de emotionele beleving ingespeeld. Dat gebeurt ondermeer door een juiste timing van shots, camerabewegingen en de keuze van gesproken commentaar. Spannende muziek draagt daar graag een steentje aan bij.Richard_VE101-12_NW_0190

Beslissende rol
De bestuursvoorzitter speelt door zijn handelen een beslissende rol in het filmverhaal. Hij zorgt er immers voor dat de moordende kloosterzuster een tijd doorgaat met haar praktijken. Hierdoor kan een ‘zijsprong’ worden gemaakt door de aandacht op hem te richten. Aan de kijker wordt de vraagstelling voorgelegd: waarom grijpt hij in hemelsnaam niet in?
Enige voorinformatie over de persoon in kwestie is handig om in de materie te verwerken. Dit ligt voor de filmmaker vaak niet voor het oprapen en moet met behulp van de nodige research worden verkregen (‘Romain Verschooris wordt op 19 augustus 1928 in Oordegem geboren. Hij trouwt in 1951 en wordt later politiek actief. In 1970 wordt hij door de Massemse burgemeester Capiauo overgehaald om op de lijst te gaan staan. Er komen geen verkiezingen omdat er slechts één partij opkomt. Hij wordt zonder stemming gemeenteraadslid, sluit zich aan bij de partij Nieuw Wetteren, krijgt veel stemmen en wordt voorzitter van het OCMW’).

Consistente visie
Als de aaneenschakeling van shots een samenhangend filmverhaal oplevert, is de zaak Zuster Godfrieda pas interessant te noemen. Een verhaal dat wordt verteld vanuit een consistente visie op het onderwerp. Het kiezen voor een reportage is een mogelijkheid. Deze vorm kan meestal in hoge mate expositorisch worden gezien. Dat wil zeggen: een kort en helder verslag van een gebeurtenis. Met een weergave van de feiten. Er wordt verteld wat er heeft plaatsgevonden en niet zozeer waarom. Het is sterk informatief. De kijker krijgt informatie over de werkelijkheid. Er is sprake van uitspraken door personen die wel of niet in beeld komen (‘Ik kan me van de zaak Zuster Godfrieda na al die jaren het volgende herinneren…’), er volgen toelichtingen (‘Zuster Godfrieda had jaren geleden al aangegeven dat ze met haar werk wilde stoppen’) en er worden conclusies gesteld (‘Zuster Godfrieda was ziek en verslaafd toen ze haar slachtoffers maakte’).Richard_VE101-12_253

Achterliggende gedachte
De documentaire daarentegen is meestal exploratorisch van aard. Gebeurtenissen voltrekken zich meer autonoom. Er wordt door de filmmaker een visie gegeven op de werkelijkheid (‘De zaak zit een stuk ingewikkelder in elkaar, want…’). Het draait om informatie die door hem in de context van de fascinatie voor het onderwerp wordt gegeven. Er worden gebeurtenissen in beeld gebracht. De filmmaker wil de kijker van een gestelde visie overtuigen. Laten zien wat de achterliggende gedachte van die gebeurtenissen is en proberen te achterhalen waarom ze hebben plaatsgevonden (Zuster Godfrieda was ziek. Het bestuur luisterde niet. Artsen onderzochten de doodsoorzaken onvoldoende).

Actieve betrokkenheid
Beide benaderingen worden door de filmmaker veelvuldig gekozen. Expositie en exploratie kunnen zelfs worden afgewisseld, zonder specifiek voor het ene of het andere te kiezen. Hier zal van tevoren niet altijd gedegen over zijn nagedacht. Toch is het belangrijk dat er bij deze keuze niets aan het toeval wordt overgelaten. Hij moet precies weten wanneer een uitleg nodig is om de kijker de draad van het filmverhaal goed te kunnen laten volgen. Wanneer moet de kijker zelf actief gaan zoeken, denken en ontdekken? Is dat helder? Dat kan door het stellen van open vragen (‘Wat is nu de werkelijke oorzaak van het feit dat Zuster Godfrieda over is gegaan tot het ombrengen van bejaarden?’) of door op andere manieren actieve betrokkenheid te stimuleren. Zelfs onvolledige informatie stimuleert de kijker. Zuster Godfrieda gaat voor de zoveelste keer een kamer in, de deur wordt gesloten, de camera blijft op de gang, achter de deur klinken allerlei geluiden. De kijker wordt geactiveerd zelf conclusies over deze scène te trekken (Zuster Godfrieda is de kamer ingegaan om een nieuw slachtoffer te maken).Richard_VE101-12_309

Duidelijke structuur
Voor de dramatische spanning is het essentieel dat de complexiteit van de historische werkelijkheid wordt vereenvoudigd tot een duidelijke structuur. De filmmaker laat bewust details weg (de operatie waarbij een zilveren plaat in haar hoofd wordt ingebracht, wordt niet verfilmd) en toont alleen de meest interessante handelingen die in het rusthuis plaatsvinden (haar onvoorspelbare gedrag, de moorden, de reacties van haar omgeving). Gebeurtenissen worden ingekort (de eerste moord wordt het meest uitgebreid in beeld gebracht, de rest volstaat met het weergeven van korte scènes). De loop van de gebeurtenissen wordt gewijzigd. Zelfs de periode waarin iets gebeurt, wordt korter gemaakt. Personages en handelingen kunnen worden samengevoegd. Het filmverhaal over Zuster Godfrieda maakt verschillende tijdssprongen tussen de sleutelmomenten in haar leven.

Spreekverbod
Op 15 augustus 1977 verschijnt Zuster Godfrieda niet meer in het rusthuis. Kort erna wordt ze opgenomen in een ziekenhuis in Gent. Vanuit daar verhuist ze naar een instituut in Warinchem en ondergaat hier een ontwenningskuur. Het bestuur van het rusthuis doet er alles aan om de kwestie verborgen te houden. Men vindt het afschuwelijk en onverdiend als de kloostergemeenschap van de Apostolinen van de Heilige Jozef door deze overlijdensgevallen in opspraak zou komen. Het personeel van het rusthuis krijgt een spreekverbod opgelegd. Want in deze kleine gemeenschap heeft de leiding het voor het zeggen. Praten betekent onmiddellijk ontslag. Met het nemen van deze drastische maatregel lijkt de rust terug te keren.Richard_VE101-12_310

Kerstkaart
Dat is van korte duur. Omstreeks kerstmis van datzelfde jaar ontstaat er onder de verpleegsters opnieuw grote beroering. Er ligt een kerstkaart op de deurmat waarop geschreven staat: ‘Tot binnenkort’. Het is afkomstig van Zuster Godfrieda die voornemens is terug te keren. Inderdaad verschijnt de kloosterzuster begin januari 1978 weer in het rusthuis. Volgens haar is ze hersteld en wil ze weer snel aan het werk. De verpleegsters zijn in alle staten. Hoe is dit mogelijk? Alle vervelende herinneringen liggen bij een ieder vers in het geheugen waarbij Zuster Godfrieda zich zelfs seksueel aan sommigen van hen had opgedrongen. Ze vragen nieuwe sloten op hun kamerdeuren en die wens wordt ingewilligd. Het spreekverbod blijft onverminderd van kracht. Die gang van zaken wordt verpleegster Luciënne Rasschaert teveel. Ze stapt naar dokter Jean-Paul de Corte, die lid is van het bestuur van het rusthuis. In de hoop dat hij haar gelooft en wat gaat doen.

Expositorische didactiek
Bij dit soort filmverhalen voor een breed publiek ligt een strikt expositorische didactiek voor de hand. Deze dokter geeft in beeld uitleg over wat er volgens hem aan de hand is. En hij trekt conclusies. De man wordt in een reconstructie nagespeeld. Wat hij zegt is gebaseerd op werkelijk gedane uitspraken. Een voordeel hierbij is dat de tekst zo kort en bondig mogelijk kan worden gehouden. Versprekingen worden weggesneden. De interviewer blijft neutraal en stelt korte, bondige vragen.
De kijker ziet een oudere man in een wit overhemd achter een tafel. Vanaf een half-totaal wordt verder ingezoomd op zijn gezicht. Hij vertelt: ‘Natuurlijk had ik wel eens een paar geruchten over Zuster Godfrieda gehoord. Ik had daar nooit serieus aandacht aan geschonken. Tot op 31 januari 1978 mevrouw Rasschaert bij me kwam. Die vertelde me uitvoerig dat zij en haar medeverpleegsters Zuster Godfrieda verdachten van moord, diefstal van blanco receptbriefjes en valsheid in geschrifte. Ik heb vrijwel onmiddellijk een verklaring afgelegd in het bestuur van het rusthuis.’ Na deze woorden eindigt het eerste shot.Richard_VE101-12_548

Aard van de boodschap
De interviewer stelt een volgende vraag waarbij er in een nieuw shot over zijn schouder wordt gefilmd: ‘Wat gebeurde er toen?’ De dokter: ‘Het bleek dat ik bij de duivel te biechten was. Het bestuur distantieerde zich van mij en ik kreeg zelfs te horen dat ik een aanklacht wegens smaad riskeerde.’
Bij een interview gaat het overigens niet alleen om de dingen die gezegd worden. De essentie is wellicht te vinden in hetgeen juist niet wordt genoemd. Subtiele signalen in de houding van de dokter, momenten van vertwijfeling, lichaamsbewegingen zoals gefronste wenkbrauwen: de kijker moet zelf proberen het verloop te doorzien en de aard van de boodschap te achterhalen (de situatie is hopeloos, er is niemand die luistert naar de serieuze aantijgingen, de moorden gaan maar door). Details maken het niet alleen spannend; het is zelfs de essentie van de menselijke communicatie.

Kloosterkot
Er volgen een aantal shots van ‘stille’ getuigen. Een houten tafeltje waar een spuit op ligt, een glas water, een leeg kussen en een raam met dichtgeslagen gordijnen. In het gesproken commentaar: ‘Begin februari 1978 wordt Zuster Godfrieda gearresteerd. Aanvankelijk is dat voor diefstal van blanco receptbriefjes en valsheid in geschrifte. Een paar dagen later bekent ze min of meer onverschillig aan gerechtelijk commissaris Boxtaele de moord op Maria van der Ginst (87) op 24 juli 1977. Vervolgens verklaart zij Leon Matthijs (81) vijf dagen later de dodelijke dosis insuline ingespoten te hebben. En geeft zij de moord toe op Irma de Backer (79) op 14 augustus 1977. Haar letterlijke opvatting: ‘Het kan me niet schelen wat ze met me doen en hoeveel straf ik krijg. Ik ben alleen maar blij dat ik weg ben uit dat kloosterkot.’Richard_VE101-12_549

Grafstenen in beeld
Enkele verpleegsters vertellen de pers dat zij het aantal slachtoffers op dertig schatten. Dat aantal kan niet worden bewezen. De justitie stelt een onderzoek in naar het motief van de moorden.
De camera verplaatst zich naar een begraafplaats. In een totaaloverzicht worden grafstenen in beeld genomen. De teksten erop zijn niet leesbaar voor de kijker. In het gesproken commentaar: ‘In deze zaak volgen een twintigtal opgravingen. Op de drie lijken van de bejaarden wordt sectie verricht door de professoren Thomas en Timperman van de Universiteit Gent en door de gerechtelijke arts Lauwaert. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de gerechtelijke geneeskunde dat sporen van insuline worden teruggevonden, flinke tijd na het overlijden van de slachtoffers.’

Onafhankelijke expertise
Het in beeld nemen van een ‘deskundige’ is een voor de hand liggende keuze. Iemand die niet persoonlijk bij de zaak betrokken is geweest en zich de materie toch snel eigen kan maken. Die vanuit zijn onafhankelijke expertise voor de camera een gedegen oordeel geeft. Dat hoeft geen persoonlijke mening te zijn. Hij kan in een specifieke setting worden neergezet (een bibliotheek met veel boeken als het een professor is, een luxe kamer met een grote ligbank als het een psychiater is, een snijtafel met messen als het een gerechtelijk arts is, etc.) om zijn uitleg te doen: ‘Er zijn drie mogelijkheden. De verdachte kan krankzinnig zijn. Een tweede mogelijkheid is dat ze het gemunt heeft op de bezittingen van de slachtoffers. Alle overledenen waren zonder bloedverwanten en hadden geld en sieraden. Een laatste mogelijkheid is dat de verzorging van de bejaarden haar boven het hoofd kan zijn gegroeid. Het kan zelfs een combinatie van mogelijkheden zijn.’Richard_VE101-12_054

Eigen standpunt
Op het moment dat een deskundige aan het woord is, blijft de kans groot dat de kijker onverwijld zijn standpunt overneemt als eigen standpunt. Het zelf denken wordt weggestopt. Het is niet de kracht van de argumenten die bepaalt welke mening wordt gevolgd. Het gaat in dat geval alleen om de deskundige die zijn mening op een handige manier op de kijker weet over te brengen.
Dat is niet zonder risico’s. Een teveel aan meningen van deskundigen zorgt voor een negatief effect. De kijker zal niet meer weten welk spoor hij moet volgen, raakt ontmoedigd en veronderstelt dat alles zo ingewikkeld is dat alleen de deskundigen het zullen begrijpen. De hoeveelheid aan informatie moet behapbaar zijn. Zeker als er voor- en tegenstanders in beeld komen op stellingen (‘Moet het beleid na dit voorval in rusthuizen nu wel of niet grondig worden veranderd?’)

Vorm van een conclusie
In het filmverhaal wordt de meest cruciale vraag aan de kijker gesteld: hoe heeft het in het kleine rusthuis in Wetteren zover kunnen komen? Waarom heeft de bestuursvoorzitter niet meteen afdoende maatregelen getroffen? Waarom werd de hele zaak zo zorgvuldig onder de dekmantel gehouden? Die vragen kunnen in het gesproken commentaar in de vorm van een conclusie aan de orde komen. De kijker denkt op die manier mee. In het verweer wordt ‘onwetendheid’ aangevoerd. En ‘bescherming van de religieuze congregatie waartoe Zuster Godfrieda behoorde’. Opnieuw kan de deskundige aan het woord komen: ‘Die argumenten zijn niet terecht. De schuld ligt niet bij deze kloosterzuster alleen. Zij heeft herhaaldelijk verzocht van haar taak in het rusthuis te worden ontheven. Haar verzoek werd door haar oversten niet ingewilligd. En dus ging ze haar gang. Er stierven onschuldige bejaarden en de overlijdensattesten werden ingevuld zonder dat de artsen naar de juiste doodsoorzaken keken.’Richard_VE101-12_055

Psychopatenasiel
De afloop van de hele zaak volgt op 7 oktober 1980. De raadkamer van Dendermonde ontslaat de inmiddels 46-jarige Cecile B. van rechtsvervolging en stelt haar ter beschikking van de regering. Ze wordt volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard. Op basis van het rapport van twee psychiaters, een psycholoog en een neurochirurg vindt opsluiting plaats in een psychopatenasiel. De moreel verantwoordelijken die beoordelingsfouten maakten en die te laat ingrepen, worden niet vervolgd.

Eenzijdige betekenis
Is dit het einde van het filmverhaal? Nee, want zowel bij de reportage als de documentaire ligt de nadruk op de waarheid. Daarom moet de filmmaker hoor en wederhoor toepassen om de kijker van gecontroleerde informatie te voorzien. De kijker wil een gedegen oordeel kunnen vellen. Personen over wie beweringen zijn gedaan, zouden nuances kunnen aanbrengen of zelfs feiten kunnen ontkennen. In dat geval is het niet uitgesloten dat er een onverwacht licht op de zaak wordt geworpen. Hier is een rol weggelegd voor het OCMW. De kijker verwacht dat er in dit stadium van het productieproces door de filmmaker kritische vragen worden gesteld (‘Waarom nam uw organisatie destijds een dergelijk standpunt in? Wat is de reden waarom uw bestuur de moordende kloosterzuster zo lang haar gang heeft laten gaan? Heeft uw organisatie ooit openlijk haar excuses aan de familie van de dertigtal slachtoffers gemaakt? Zijn er schadevergoedingen betaald?’). Waarheid en onwaarheid zijn slechts relatieve begrippen. Het uitsluitend als filmmaker verkondigen van ‘waarheden’ is dus van eenzijdige betekenis. Stellingen kunnen pas voor waar worden aangenomen wanneer na gedegen onderzoek de onwaarheden tevoorschijn komen.Richard_VE101-12_671

Zelf in een rusthuis
Tenslotte wordt een passende tekst in beeld genomen. Het is een naschrift afkomstig van de filmmaker en maakt het verhaal af. In dit soort teksten kunnen punten worden genoemd die niet aan bod zijn geweest. Handig is om ze niet te lang te maken. De afsluiting: ‘Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) is herhaaldelijk om een interview gevraagd. Deze instantie heeft telefonisch aangegeven niet te kunnen en te willen reageren. Wel geeft men aan dat Cecile B. (Zuster Godfrieda) ten tijde van de productie van dit artikel nog in leven is. Ironisch genoeg woont zij nu zelf in een rusthuis in Wetteren. Zij is opzettelijk door de auteur van dit artikel niet meer benaderd. Uit eigen onderzoek is gebleken dat Romain Verschooris (destijds bestuursvoorzitter) in Massemen woont, een deelgemeente van Wetteren. Over zijn functioneren als voorzitter van het rusthuis werd vorig jaar in een Belgische krant geschreven: ‘Hij was een voorzitter die meeleefde met zijn personeel. Een voorzitter met een gouden hart.’
De werkelijkheid is soms onwaarschijnlijker dan de knapste fantasie…

Perspectieven
In het filmverhaal worden subjectieve en objectieve perspectieven toegepast. Bij een subjectief perspectief beleeft de kijker samen met één van de personages (Zuster Godfrieda) alle belevenissen. Die ziet wat zij ziet. Een meervoudig (subjectief) perspectief is een perspectief waarbij afwisselend wordt meegekeken met verschillende personages (Zuster Godfrieda en haar slachtoffers). Bij een objectief perspectief lijkt het of de camera alleen registreert wat er gebeurt.Richard_VE101-12_NW_0672

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door de gemeente Wetteren, bibliotheek Wetteren, Parket van de Procureur des Konings in Dendermonde, Monasterium PoortAckere (foto’s binnenlocatie), Madelon Janssen (figurante Zuster Godfrieda), vanuit toneelgroep Die Haghe Spelers, www.diehaghespelers.nl: Dick Kaat (dokter Jean-Paul de Corte), Helma Langendorff (verpleegster Luciënne Rasschaert) en Paul Kampf (bestuursvoorzitter Romain Verschooris), Kledingverhuur De Grapjurk, www.degrapjurk.nl (kleding Zuster Godfrieda en verpleegster Luciënne Rasschaert). Tijdens de productie van het tweede deel overleed plotseling Dick Kaat. In goed overleg heeft de auteur besloten zijn figurantenrol in deze reconstructie niet te schrappen.

Richard Helwig

Archief: Video Emotion 101 (oktober/november 2012)

 

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Sennheiser & Apogee
Sennheiser gaf op de audiobeurs prolight+sound een preview van twee nieuwe digitale microfoons speciaal voor ...