Filmen en filmanalyse

Redactie How to Video opnames

Archief Digital Movie 116-2017
Een filmanalyse is een “uiteenrafeling” van een film. Daarbij worden alle onderdelen apart én hun onderlinge samenhang als geheel bekeken. Apart kunnen de diverse onderdelen er goed uitzien, maar doet de samenhang van onderdelen dat ook? Naast actief filmen, is filmanalyse één van de beste methoden om te leren (nog beter te) filmen. Vooral van je eigen films kun je veel leren, omdat je weet hoe je hebt gefilmd. Een vakkundige filmanalyse van jouw film geeft inzicht in je eigen handelen en in jouw kennis van film maken. Uiteraard geldt dit ook voor club- en groepsfilms. Als je met de resultaten van een filmanalyse serieus aan de slag gaat, ga je gegarandeerd beter filmen. Tevens is filmanalyse een wezenlijk hulpmiddel bij het jureren van films.

Bij een filmanalyse vraag ik me altijd eerst af of de film mij (tot het eind toe) boeit. Vervolgens wil ik weten wat de inhoud van het verhaal is. Hoe ziet de verhaalopbouw er uit? Hoe geeft de filmmaker vorm aan zijn verhaal in beeld en geluid? Verder vraag ik mij af of goed overkomt wat de filmmaker mij wilt laten zien, c.q. vertellen. Of de uitslag nu positief of negatief is: ik ben benieuwd waardoor dit komt. Elke filmanalyse kan goed inzicht geven in wat wel en niet werkt in een film. Waarom de kijker wel of niet geboeid zit te kijken. Waarom de kijker het verhaal wel of niet volgt. Daarvoor kijk je bij een filmanalyse naar de onderdelen apart en vooral naar de samenhang van onderdelen die de film vormgeven.

CREATIEF VAK
Filmen is een creatief vak, net als andere creatieve vakken zoals beeldhouwen, fotograferen, kleding maken, meubels maken, muziek maken en schilderen. Om deze vakken goed te kunnen uitoefenen heb je kennis en ervaring (en zo mogelijk talent) nodig. Wat al deze vakken ook gemeen hebben, is dat er iets wordt gecreëerd wat er nog niet was. Je begint met een idee en na verloop van tijd is daar een uniek eindproduct. Filmen is een arbeidsintensief proces met uitgebreid aandacht voor de drie hoofdfasen van het filmen: voorbereiden, opnemen en monteren. Zij staan niet op zichzelf. Bij het voorbereiden en het opnemen ben je in gedachten al aan het monteren. Filmen is altijd anticiperen en functionele keuzes maken.

FUNCTIONEEL FILMEN

Functioneel filmen houdt in dat je als filmmaker weet met welk doel je een opname of een reeks opnamen maakt. Bijvoorbeeld dat je bij een totaalopname iets of iemand “in z’n geheel” laat zien, dat je een overzicht geeft. Dat je weet wat je de kijker daarmee wilt vertellen. En of dat bij de kijker ook zo overkomt. Als filmmaker maak je bij het filmen doorlopend keuzes ten behoeve van het eindproduct. Elk camerastandpunt, elke brandpuntsafstand, beeldcompositie en camerabeweging kiest de filmmaker vanwege de functie die het heeft of kan hebben in zijn beeldverhaal. Dit geldt ook voor de definitieve lengte van een opname en voor een beeldovergang. Geluidseffecten, muziek en commentaar kunnen de beelden functioneel ondersteunen. Het filmen bestaat uit veel onderdelen en samenhangende aspecten die bij een filmanalyse allemaal worden bekeken.

BOEIENDE FILM
Eén van de belangrijkste voorwaarden van een film is, dat deze de kijker boeit. Boeien in de zin van genieten, ontroeren, verwonderen, verbijsteren, verdrietig maken, aan het lachen maken en een combinatie van deze uitingen. Wat is een boeiende film? Dat is een film die de kijker van begin tot eind “meeneemt” door het beeldverhaal. Dat beeldverhaal bestaat uit een “uitnodigend begin”, een begin dat verwachtingen wekt. Dan volgt het eigenlijke verhaal waarbij de kijker “op tijd” wordt voorzien van “nieuwe informatie”. Afwisselende, interessante, onverwachte en spannende voorvallen of wendingen in het verhaal kunnen ervoor zorgen dat de kijker geboeid blijft kijken. Hij wil weten hoe iets zich ontwikkelt en hoe het afloopt. Om niet plotseling met het verhaal te stoppen, wordt het beeldverhaal voor de kijker logisch afgerond. Dat kan ook “een open einde” zijn.

DOEL
Een filmanalyse kan beginnen met het vaststellen van wat het doel is van de film, bijvoorbeeld: vermaken, informeren, voorlichten, instrueren, promoten, overtuigen (propagandafilm). Dat is belangrijk om adequaat te kunnen ingaan op bijvoorbeeld de gekozen verhaalopbouw. Filmregisseur Leni Riefenstahl maakte propagandafilms voor Hitler, bijvoorbeeld de documentaire “Triumph des Willens” over de Rijkspartijdag van de NSDAP in Neurenberg in 1934. Zij maakte daarmee propaganda voor de nazi-ideologie. Daarentegen laat Charlie Chaplin in de speelfilm “The Great Dictator” (1942) een persiflage van Hitler zien, met als doel antipropaganda. Op een vermakelijke manier maakte hij Hitler belachelijk.

DOELGROEP
Wat is de doelgroep? Maak je een film voor een algemeen publiek of voor een speciale groep mensen. Als filmmaker was ik nauw betrokken bij de film “Amsterdam ArenA – Van Opbouw Tot Aftrap”, bestemd voor een algemeen publiek. Een voorlichtingsfilm van circa tien minuten met een globaal overzicht van de totstandkoming van dit unieke bouwwerk en waarvoor het allemaal kan worden gebruikt. Een voorlichtingsfilm over de betonconstructies van de Amsterdam ArenA, speciaal voor architecten, ziet er heel anders uit. Bij deze film zal in beeld en geluid heel uitgebreid worden ingegaan op de technische aspecten van de bouw. Daarbij wordt gebruik gemaakt van vaktaal in het commentaar en de titels.

FILMSOORT
Wat is de filmsoort? Is het een speelfilm, een filmdocumentaire, een animatiefilm, een filmregistratie, een filmverslag of een combinatie van filmsoorten? Al deze soorten vragen om een eigen aanpak. Daarentegen maakt elke soort wel gebruik van dezelfde beeld- en filmtaal. Het aspect filmsoorten is uitgebreid beschreven in de vorige uitgave van Digital Movie, nr. 115 (mei 2017).

SCENARIO – VERHAALOPBOUW
Een goed idee, voor een speelfilm bijvoorbeeld een goed boek, uitgewerkt in een scenario, is een sterk uitgangspunt om een film te gaan maken. Een goed scenario beschrijft overtuigend het beeld (en geluid)verhaal met een opbouw die van

begin tot eind boeit. Op basis hiervan kunnen via een draaiboek en eventueel een storyboard de voorbereidingen,de opnamen en de montage van de film worden gepland. Een goed scenario vraagt om verdieping (research) van het onderwerp, zodat je als filmmaker weet waar je het over hebt. Vervolgens hangt het er van af hoe het een en ander in beeld en geluid wordt vormgegeven en gemonteerd.

REGIE – CAMERA
Dan komen we als eerste terecht bij regie en cameravoering. Wat speelt zich af binnen het filmkader? Waarom is voor deze regie gekozen? Waarom is voor deze camerastandpunten, met deze brandpuntsafstanden, voor deze composities en voor deze camerabewegingen gekozen? Het zijn onderdelen waar we naar kijken. De montage laat de gehele samenhang van onderdelen zien die de uiteindelijke film bepalen. Wat betreft het camerawerk is het vanzelfsprekend dat de beelden scherp zijn, de beelden “stilstaan” en de composities prettig bekijkbaar zijn.

LICHT – GELUID
Dit geldt ook voor licht en geluid. Storende over- en onderbelichte beelden zijn in een film onacceptabel. Het is vanzelfsprekend dat de beelden juist zijn belicht. Ook als er extra licht wordt gebruikt. Het creatief gebruik van zowel bestaand als aanvullend licht is mede bepalend voor de sfeer en de vormgeving van de film. Het geluid kan bestaan uit live-geluid (bijvoorbeeld dialogen en locatiegeluid), aanvullende geluidseffecten, muziek en commentaar. Als er in de film wordt gesproken, is het vanzelfsprekend dat de stemmen duidelijk verstaanbaar zijn. Bij een filmanalyse kan goed gekeken worden naar hoe camera, licht en geluid hebben bijdragen aan de vormgeving van de film.

BEELD- EN FILMTAAL
Een wezenlijk onderdeel van het filmen is het gebruik van de beeld- en filmtaal. Met deze twee talen geef je vorm aan je beeldverhaal. Zowel bij het opnemen als bij de montage. Beeldtaal gaat volledig uit van een visuele benadering. Hoe laat je iets in beeld aan de kijker zien? Het beeld van het Trump Hotel in Las Vegas met de roodgele wolkenlucht zou in een documentaire over Donald Trump gebruikt kunnen worden als symbool voor: “Wat hangt Trump allemaal boven het hoofd”? Filmtaal gaat een stap verder. Daarbij gaat het om de combinatie en opeenvolging van beelden en geluiden. De enkele opnamen van de kunstenaar op het strand en de zandsculptuur van de zeemeermin vertellen samen een verhaal. Ook als het een enkele opname is met daarin een beweging van de kunstenaar naar de zeemeermin. Om de beeld- en filmtaal in de montage goed te kunnen toepassen, moet je als filmmaker bij de opnamen al voor het goede beeld- en geluidmateriaal zorgen. Over beeld- en filmtaal is uitgebreid geschreven in uitgave nr. 112 van Digital Movie (november 2016).

MONTAGE
Bij montage draait het in eerste instantie om een logische opeenvolging van beelden, ondersteund door geluid. Elke opname vertelt iets. Een aantal opnamen met elkaar vertelt een heleboel. Een totaal-opname geeft overzicht, een medium-opname geeft (extra) informatie over een deel van dat overzicht en een dichtbij-opname (close up) geeft (extra) informatie over een detail. Voorbeelden: medium cactussen en close up twee cactusbloemen. Hetzelfde geldt voor de twee opnamen van de oldtimers. Samen vertellen ze alles. Met de volgorde bepaal je hoe je iets vertelt. Wil je overzicht geven of de kijker eerst verrassen met een detail en dan pas in stappen naar een overzicht gaan? Of wil je helemaal geen overzicht geven? Dat kan ook. Het hangt er vanaf hoe je verhaal in elkaar steekt. Alles kan, als de opeenvolging van beeld en geluid voor de kijker maar logisch is.

LENGTE – TIMING
Lengte en timing zijn twee aspecten die zowel bij opname als bij montage om veel aandacht vragen. Bij een handeling kun je ervoor kiezen om (als dat mogelijk is) de handeling zowel in totaal, in medium als in close up op te nemen. In de montage kun je dan nog kiezen wat het beste overkomt of kun je de fragmenten in elkaar oversnijden. Dit hangt af van de verhaalopbouw. De lengte van de opnamen in de montage kan afhangen van de timing die wordt toegepast. Is het een snelle of een rustige montage. Ook dat is weer een keuze die de filmmaker moet maken. Wat de timing van de montage ook is, de kijker moet genoeg tijd krijgen om te kijken en te luisteren naar wat hij in beeld en geluid krijgt aangeboden. Net voor het moment dat er bij de kijker een verzadiging kan gaan optreden, moet hem weer wat nieuws worden aangeboden. Dit kan in dezelfde opname gebeuren of door nieuw beeld en/of geluid aan te bieden.

AFWISSELING – CONTINUÏTEIT
Afwisseling is een belangrijk aspect voor een boeiende film. Afwisseling in verhaalopbouw, camerastandpunten, brandpuntsafstanden, composities, beeldovergangen, timing, muziek. Daarbij gaat het wel om een functionele afwisseling. Geen afwisseling om de afwisseling. Naast afwisseling is continuïteit een belangrijk aspect van een film. Continuïteit moet worden toegepast bij tijd, plaats, richting en het gebruik van de as. Continuïteit is belangrijk voor een logisch beeldverhaal. Als het in beeld of geluid voor de kijker niet klopt, raakt hij afgeleid. Hij is dan niet meer geboeid aan het kijken en luisteren.

ACTIE-REACTIE – BEELDOVERGANGEN
Om de aandacht van de kijker vast te houden zijn actie-reactie en goede beeldovergangen belangrijke middelen. Actie-reactie, ook wel shot-tegenshot, zorgt ervoor dat de kijker extra betrokken blijft bij de actie. Dit kan bij een dialoog zijn, maar ook bij een andere situatie als een sportwedstrijd tussen twee spelers of twee teams. Het voorbeeld van de twee tennisspelers. Ook de twee situaties van Las Vegas bij zonsondergang vormen samen een “actie-reactie”. Namelijk een roodgele wolkenlucht en de weerschijn daarvan op de gebouwen. Een goede beeldovergang is een beeldovergang die door de kijker niet als zodanig wordt ervaren. De beeldovergang is dan functioneel en fungeert als een natuurlijke overgang naar de volgende opname. Het beeldverhaal loopt dan logisch en vloeiend door.

AANDACHTSPUNTEN
Een punt dat weinig aandacht krijgt bij het filmen, is het “aandachtspunt in het beeld”. Wat is de functie van het aandachtspunt? In beeld is er altijd een punt of een gedeelte van het beeld waar de kijker naar kijkt. Dat noemen we het aandachtspunt. Een vloeiende beeldmontage hangt onder andere af van het op elkaar laten aansluiten van de aandachtspunten. Als de kijker gericht is op het rechter deel van het beeld en in de volgende opname bevindt het aandachtspunt zich ook weer in het rechter deel, spreken we van een vloeiende overgang. De kijker hoeft bij deze overgang zijn aandacht niet te verleggen naar een ander deel in het beeld. Op deze manier is hij zich nauwelijks bewust van de beeldovergang en kan dus geboeid blijven kijken.

EFFECTGELUID – MUZIEK
Een andere manier om de kijker extra te boeien is het toevoegen van geluid, in de vorm van geluidseffecten. Bijvoorbeeld bij de landing van een vliegtuig is het gebruikelijk om in de montage aan het live-geluid kort piepgeluid toe te voegen op het moment dat de banden de landingsbaan raken. Hierdoor accentueer je hét moment van de landing. Muziek is bij film een belangrijke sfeermaker. Iedere filmkijker hoort als de muziek begint gelijk in wat voor soort sfeer de film zich afspeelt. Daarnaast wordt muziek gebruikt om bijvoorbeeld wendingen en hoogtepunten in het verhaal aan te kondigen of te benadrukken. Filmmuziek is een hoofdstuk apart.

COMMENTAAR – TEKSTEN / TITELS
Een andere vorm om het beeld te versterken is het gebruik van commentaar om aanvullende informatie te geven. Informatie die niet direct uit de beelden is op te maken. Beeld en commentaar vertellen dan samen een compleet verhaal. Filmen en commentaar is uitgebreid beschreven in uitgave nr. 113 van Digital Movie (januari 2017). Als de beelden bijna voor zich spreken, kan ook gebruik worden gemaakt van aanvullende korte teksten en/of titels in beeld. Bijvoorbeeld namen kunnen in een ondertitel worden getoond. Korte teksten, ook midden in beeld, kunnen bijvoorbeeld aangeven wat we zien en wanneer. Een voorbeeld is de luchtopname van de stad Almere met de vermelding in beeld: Almere – juli 2016.

ACTEURS – SPELREGIE
Acteurs en spelregie is ook een hoofdstuk apart. Acteren is een vak en acteurs regisseren ook. Als er in een film met acteurs wordt gewerkt zijn dit dus twee zeer belangrijke aspecten die mede bepalen of een film boeiend is of niet. Het filmverhaal kan nog zo mooi zijn, als het acteerwerk tegenvalt, valt ook de film tegen. En dat gebeurt dan ook in de praktijk. Daarom vraagt het filmen met acteurs nog meer kennis en ervaring, dan alleen kennis van de beeld- en filmtaal.

FILMJURERING
Bij het jureren van een film spelen alle bovenstaande aspecten van het filmen een rol. Voorop staat de inhoud, de verhaalopbouw en de filmische vormgeving van de te jureren film. Deze aspecten bepalen in eerste instantie of een film boeiend is, waarbij het gebruik van beeld- en filmtaal essentieel is. Extra aspecten bij het jureren van een film kunnen zijn de uitdieping van het onderwerp en de originaliteit van de film. Daarna komt de techniek. Een film behoort op z’n minst technisch goed in orde te zijn, voordat deze vertoond gaat worden. Een vakkundige filmanalyse is een prima en succesvol hulpmiddel om goed en eerlijk een film te jureren. Als ik gastlessen of lezingen geef bij film- en videoclubs, is er vaak meer belangstelling voor de techniek en de apparatuur, dan voor de inhoud, de verhaalopbouw en de vormgeving van een film. Terwijl de praktijk uitwijst dat je met een betere camera geen betere films gaat maken. Wel met een “betere” filmmaker. Om goed en nog beter te leren filmen, is filmanalyse één van de beste methoden.

Veel plezier en succes toegewenst bij het maken van een boeiende film!

Theo Kok
Filmmaker, www.echtlerenfilmen.nl

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Het gevoel alsof je er zelf bij bent
De manier waarop we tv kijken, verandert. Door streamingmogelijkheden en apps op tablets en smartphones ...