Filmen in de vakantie

Redactie How to Video opnames

Archief Digital Movie 109-2016
Meestal wordt filmen in de vakantie geassocieerd met ‘de vakantiefilm’, een beeldend verslag van de hele vakantie. Je kunt in je vakantie ook andere soorten films maken, bijvoorbeeld:
• filmreportage van een folkloristisch of sport-evenement
• animatiefilmpje met zandfiguren
• speelfilmpje op de camping
• filmregistratie van een muziekoptreden
• filmimpressie van een dierentuin
Genoeg mogelijkheden om in je vakantie een boeiende film te maken.

theo_x_1De vakantiefilm als beeldend verslag van je vakantie is heel interessant voor iedereen die de vakantie heeft meegemaakt. Want bij het zien van de vakantiebeelden komen allerlei herinneringen naar boven. Zelfs herinneringen aan wat zich naast en achter de camera afspeelde. Ons geheugen doet dat ook nog eens driedimensionaal. Terwijl de toeschouwer die niet mee op vakantie was, alléén maar tweedimensionale beelden krijgt te zien, zónder herinneringen.
Wil je dat ook een ander met plezier naar jouw (vakantie)film kijkt, dan zul je bepaalde eisen aan je film moeten stellen. Is jouw film voor de kijker te begrijpen, interessant, leuk, om te lachen, emotioneel, prettig om naar te kijken? Kortom, kan jouw film een ander boeien en hoe maak je een boeiende (vakantie)film?

Voorbereiden
In ieder geval is het advies: ga niet zo maar wat filmen. Dat leidt meestal tot een onbevredigend resultaat. theo_x_10Bepaal eerst wát je wilt filmen. Daarna hoe je het in beeld wilt brengen: dichtbij of veraf gefilmd, een totaalopname of een close up of beide. Voorbereiden is een belangrijke eerste stap bij het maken van een film(pje). Ook als je een stukje film wilt maken dat maar uit enkele opnamen bestaat. Bekijk altijd eerst de mogelijkheden en ga dan pas filmen. Ook als je op reis ter plekke maar weinig tijd hebt. Door ter plaatse overdacht en gericht te filmen, voorkom je bij het monteren veel overbodig kijk- en uitzoekwerk. Beter een paar dingen goed gefilmd, dan een heleboel maar ‘half’!

Opbouw beeldverhaal
De basis voor een doeltreffende communicatie is het verhaal. Bij film is dat het beeldverhaal, een logische beeldenreeks met geluid. Al met twee opnamen kun je een beeldverhaaltje maken. Als je een totaalopname van een meer en een opname van een zwaan achter elkaar monteert vertel je met beelden: in dit theo_x_11meer zwemt een zwaan. Dit is het principe van film: een reeks opnamen die samen een verhaal vertellen. Met drie of meer opnamen die verband met elkaar houden, begint het beeldverhaal al interessanter en boeiender te worden. Met een totaalopname laat je overzicht zien. Met half totalen en close ups laat je details zien en kom je dichter bij je onderwerp. Daardoor maak je het verhaal interessanter. Vermijd veelvuldig zoomen. Vooral het uitzoomen. Met uitzoomen neem je afstand van je onderwerp, je gaat ervan weg. Dat is een anti-climax in je verhaal. Gebruik een uitzoom alleen als verrassings-effect. Je ziet een detail en na de uitzoom blijkt het iets anders te zijn dan je eerst dacht te zien.

Actie – reactie
Je maakt je beeldverhaal boeiender als je actie – reactie toepast. Ofwel opname – tegenopname of shot -tegenshot. Laat een opname van iemand die kijkt volgen door een opname van wat die persoon ziet. Bijvoorbeeld een totaalopname van een gebouw. Actie – reactie is ook als je de totaalopname van het theo_1-medium-theo-bord-filmmuseumgebouw laat volgen door bijvoorbeeld een close up met de naam van het gebouw. Een dynamisch voorbeeld van actie – reactie is een opname van een straatmuzikant die net z’n slotaccoorden speelt, gevolgd door een een opname van applaudiserend publiek. Een film is een aaneenschakeling van actie – reactie.

Camera-bewegingen
Gebruik een camerabeweging alleen als dat funtioneel is. Bijvoorbeeld als je iets wilt volgen of als je twee onderwerpen in beeld met elkaar wilt verbinden. Beweeg niet om het bewegen. Als er geen reden voor een camerabeweging is, maak dan een vaste opname. Als je met iets wilt meelopen of ergens langs wilt lopen met de camera, gebruik dan een steadicam of gimbal. Het beeld ‘glijdt’ dan voorbij en de kijker wordt niet ‘zeeziek’ van onrustige beelden. Actioncams en camera’s onder een drone nodigen uit om flink en lang te bewegen. Na een paar keer ben je daar gauw op uitgekeken en zeker je publiek! Ook voor het theo_2-totaal-interieur-filmmuseumgebruik van deze camera’s geldt: gebruik ze alleen als het een functioneel doel dient. Ga niet zo maar wat rond rijden of vliegen. Bepaal eerst wat je wilt laten zien en hoe je dat gaat filmen.

Lengte opname
De lengte van een opname wordt definitief in de montage bepaald. Echter bij de opname kun je al wel beoordelen wanneer je het gefilmde hebt gezien. Als je een totaalopname van een gebouw maakt, heb je het na tien seconden wel gezien. Als je een close up filmt van het bordje INGANG, heb je dat na drie seconden gezien en gelezen. Kortom: maak een opname niet langer dan nodig is. Zorg wel voor enige overlap. Dat is bijvoorbeeld nodig als je in de montage de opname wilt laten overvloeien. Als je een onderwerp filmt dat beweegt of je maakt een beweging met de camera, film dan een paar seconden door nadat de beweging is gestopt. Dat geldt uiteraard ook voor het begin van een beweging. Altijd eerst met filmen beginnen zonder dat er al iets beweegt en pas na theo_1-totaal-gebouw-museo-reina-sofia-madrideen paar seconden de beweging laten beginnen of de camerabeweging inzetten. In de montage bepaal je definitief of je een beweging vanaf het begin laat zien of dat je ‘in de beweging’ monteert.

Wat – hoe – techniek
Kijk eerst om je heen en bepaal dan wat je wilt filmen. Bedenk hoe je het een en ander in beeld wilt brengen. Voor iedere opname die je wilt maken bepaal je het camerastandpunt. Waar ga je staan? Voor, achter of opzij van je onderwerp? Veraf of dichtbij? Camera op ooghoogte, lager of hoger? Je maakt je compositie. Totaal, half totaal of close up? Met welke beeldhoek? Een wijde, normale of smalle beeldhoek, respectievelijk in groothoek-, normaal- of telestand? Als laatste is de techniek aan de beurt. Je stelt de juiste witbalans en belichting in, je stelt scherp en je maakt je opname met of zonder camerabeweging. Afhankelijk van je camera (smartphone, tablet, compactcamera, systeemcamera, spiegelrefelxcamera, camcorder, actioncam, dashcam, theo_3-vitrinekast-arricamera van drone) kun je meer of minder instellen of zijn sommige functies automatisch. Wat je bij alle camera’s moet doen, is bij elke opname je standpunt, compositie en eventuele camerabeweging bepalen.

Hantering camera
Filmen met de camera op statief geeft de meest rustige beelden. Het beeld staat stil, net zoals de mens alles om zich heen ervaart. Als wij kijken, danst de horizon nooit op en neer… Met een smartphone en een tablet filmt men bijna uitsluitend uit de hand. Alhoewel er voor de smartphone steeds meer attributen in de handel komen om daarmee rustig uit de hand te filmen. Als je uit de hand filmt is het aan te bevelen dat je de camera met twee handen vasthoudt, je armen tegen je lichaam drukt en je benen iets uit elkaar zet. Zo sta je stevig en vormen je lichaam en de camera één geheel. Als je nu een camerabeweging wilt maken, beweeg je rustig je bovenlichaam.

Anticiperentheo_4-close-up-35-mm-filmcamera
Filmen is anticiperen, vooruitkijken, vooraf rekening houden met wat er kan gebeuren. Filmen is weten wat er gaat gebeuren, hoe iets wordt gedaan, waar en wanneer. Pas als je dat allemaal weet kun je je goed voorbereiden op het filmen ervan. Filmen is vooraan staan, daar waar het gebeurt. Twee redenen om dat te doen zijn dat je dan ‘boven op je onderwerp zit’ en dat je dichtbij je onderwerp beter geluid hebt. Als je iemand of een bepaalde gebeurtenis wilt filmen, vraag altijd vooraf om toestemming. Als je jezelf voorstelt en vertelt wat je graag wilt filmen is men meestal genegen om daarvoor toestemming te geven en mee te werken. Er is niets vervelender dan tijdens het filmen te worden weggestuurd.

Opnamen monterentheo_2-close-up-naam-reina-sofia
Als je afwisselende en functionele opnamen hebt gemaakt die met elkaar een logische samenhang vertonen, dan heb je alle ‘bouwstenen’ in huis om er een boeiend beeldverhaal van te monteren. In de montage krijgen al je ideeën en gemaakte opnamen definitief gestalte, omdat de losse opnamen nu één geheel, een (beeld)verhaal gaan vormen. Een beeldverhaal heeft een inleiding, een kern, die uit meerdere onderdelen kan bestaan en een slot. Een beeldverhaal vertelt over wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Het komt nu aan op de juiste lengte van de opnamen en functionele en logische beeldovergangen. Naast het direct opgenomen geluid kun je gepaste en sfeerverhogende muziek toevoegen om de beelden te ondersteunen of te versterken. Met commentaar en titels kun je extra informatie aan het beeldverhaal toevoegen.

Veel plezier en succes toegewenst met het maken van jouw boeiende (vakantie)film!

Theo Kok, Filmmaker

 

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Check Also
Samyang 20mm Full-Frame objectieven
Samyang introduceert twee lichtsterke 20mm Full-Frame objectieven voor foto én video, geschikt voor DSLR en ...