Selectief opnemen, naar de computer en mediabeheer

Redactie How to Monteren doe je zo! Software

De videofilm ontstaat pas echt tijdens de montage. Anders gaat het slechts om losse clips voor videomail, Facebook en YouTube. De eerste fase van het monteren of editen begint eigenlijk al bij de opname. Daarna volgt het bekijken en overnemen naar de computer. En vervolgens het belangrijke mediabeheer.

De oude meesterregisseurs wisten het al: een groot deel van de film ontstaat op de snijtafel (de cut). Maar zonder goed opnamemateriaal (de footage) is geen directors cut mogelijk. Sinds de dagen van de analoge videomontage is er aan dit principe weinig veranderd. Alleen gaat het nu om de digitale methode van het niet-lineair-editen (NLE) waarbij op de computer met behulp van een knip & plak en opmaakprogramma fraaie videoclips en films vervaardigd worden. Dit met behulp van inzicht, alle liefde en vaardigheden voor het editing-proces.Monteren_VE100-12_3DViewer

Opname volgens plan?
Elke videofilm kent op zijn minst een idee waarover het filmisch gezien gaat. Dat idee kan verder uitgewerkt worden in bijvoorbeeld een storyboard, script of draaiboek. Er is in ieder geval een vorm van planmatige aanpak dat ten grondslag ligt aan de te monteren videofilm. Worden alle opnamen (shots) volgens dit plan geschoten dan kan de videomaker hen straks gemakkelijk in de tijdlijn of storyboardweergave van de montagesoftware overnemen.
Worden de opnamen op locatie gecontroleerd dan is het handig om alvast de tijdcode of tellerstanden te noteren. Daar zitten de goede shots. Een aantal meer professionele camcorders kan de geschoten scènes ook als ‘good’ of ‘bad’ aanmerken. Alleen de goede shots worden dan straks op de montagecomputer overgenomen. Beide genoemde methoden besparen straks tijd bij het overzetten van de videobestanden naar de Windows pc, Apple Mac of Casablanca.

Wanneer bekijken?
Een belangrijke vraag is wanneer de footage rijp voor montage bekeken dient te worden. In de praktijk zijn er drie opties. Als eerste het reeds genoemde bekijken op locatie. Deze methode heeft als praktisch voordeel dat verkeerd opgenomen of vergeten shots nog makkelijk hersteld kunnen worden. In de dagen van videoband (tape) was het heel gebruikelijk ook de opgenomen shots eerst op de tv of monitor te gaan bekijken, het zogenaamde spotten. Met het opschrijfboekje in de hand werden de bruikbare scènes vastgelegd om later in de montage te kunnen overnemen. Het kost wat werk maar er kan uitgespaard worden op de tijd voor het binnen halen op de computer (capture).Monteren_VE100-12_CyberLink10UltraInterface
Steeds meer in zwang komt de preview op de computermonitor. Er wordt een importmodule met daarin een afspeelvenster geopend. De gebruiker kan videoclips uit een lijst van opgenomen scènes aanklikken. Vervolgens kan de desbetreffende videoclip in het afspeelvenster geopend en bekeken worden. Meestal is er tevens een ruwe editmogelijkheid voor bijsnijden (trimmen) aan de uiteinden en het splitsen van clips voor handen. Is de clip als OK bestempeld, dan importeren.

Hoe binnen te halen?
Om met de opgenomen videoclips te kunnen monteren dienen zij eerst als bestand aan het montageprogramma gekoppeld te worden. Dit gaat meestal door deze videobestanden in de bibliotheekfolder of in een filmblik te zetten. In principe kan de editor de videobestanden ook gewoon in het interne geheugen, geheugenkaart of hard disk van de camcorder laten staan. Dat heeft wel als nadeel dat bij het loskoppelen van de camcorder de bestanden niet meer beschikbaar zijn. Het is dan ook handiger om de in te laden AV-bestanden op een aparte harddisk, de zogenaamde scratch disk, te zetten. Een extra harde schijf op 7200 toeren per minuut ontlast de systeemschijf waarop de programma’s draaien.
Er zijn drie methoden voor het binnenhalen van videobestanden in de computer.Monteren_VE100-12_FCPro-X_multicam
1. De capture. In feite gaat het om het overspelen van de tape vanuit de camcorder of videorecorder naar de harde schijf van de computer. Sluit de camcorder via een FireWire-kabeltje op de pc, Mac of Casablanca aan. Zet de camcorder in de afspeelmodus en open het log & capture-utility  van het montageprogramma. In geval van iLink kan de computer het afspelen van de tape door de camcorder besturen. Anders met de hand aan- en uitzetten. Met de logfunctie worden alleen de vooraf gemarkeerde tapedelen overgezet. Let er op dat de juiste Fire Wire drivers geïnstalleerd zijn.
2. Het overspelen van intern geheugen, geheugenkaarten of een hard disk in de camcorder, de zogenaamde log & transfer. Het overspelen gaat via een USB-kabeltje. In feite gaat het om het overzetten van digitale videobestanden in plaats van overspelen. Dat gaat een stuk sneller dan bij de capture. Het overspelen kan direct vanuit het montageprogramma gestart worden of er is een apart hulpprogrammaatje (utility) voor.
3. Het inlezen van een geheugenkaart met File Import of log & transfer. Dat kan zowel via een aparte sleuf (slot) in de montagecomputer of een los kaartlezertje dat via een USB-kabeltje op de computer is aangesloten. Ook hier weer rechtstreeks uit het montageprogramma of via een aparte utility.
In een aantal softwaregevallen en bijbehorende snelle computer kan het inladen ook op de achtergrond gebeuren. Je kunt dan gewoon, zij het wat trager, door monteren terwijl het bibliotheekvenster zich vult.Monteren_VE100-12_FCPro-X_audition

Formaten en plug-ins
Niets is zo belangrijk bij video monteren als het formaat. Een formaat is de manier waarop beeld en geluid zijn weggeschreven (grootte in pixels, wel of geen breedbeeld), de wijze van compressie, de kleursampling (4:2:0 of 4:2:2), 2D of 3D en de verpakking van het bestand.
Het formaat bepaalt de benodigde rekenkracht op de pc en of de bestanden wel of niet door het montagepakket herkend worden. Dat kan een bron van ellende en ergernis betekenen.
Wij geven enkele voorbeelden. Het formaat AVCHD werkt met grote hoeveelheden HD-data en sterke compressie. Dat vraagt om een computer met veel rekenkracht en geheugen. Anders valt de montage niet vooruit te branden. MPEG2 maakt veel minder rekenintensieve bestanden aan en kan op een doorsnee computer lekker snel monteren. Het MVC-formaat bij 3D bevat twee videostromen (een voor het linker en een voor het rechter oog). Dat is niet aan elk montageprogramma bekend en die maakt er dan gewoon 2D van. Helaas zijn er ook camcorderfabrikanten die er eigen niet door alle NLE-software erkende formaten op na houden.
Plug-ins kunnen helpen om extra videoformaten te kunnen hanteren. Bijvoorbeeld HD, 3D en Blu-ray. Na het installeren beschikt de NLE-software over nieuwe videoformaten die bewerkt kunnen worden.Monteren_VE100-12_FCPro-X_organization
Moderne montageprogramma’s worden voortdurend slimmer. Formaten worden automatisch herkend en het montageproces daarvoor geoptimaliseerd. Camcorder aansluiten, een project en de geselecteerde import starten en de NLE-software doet de rest. Gaat de formaatkeuze niet automatisch dan kan de editor deze bij het opzetten van een project handmatig opgeven. Er is meestal keuze uit een aantal vooringestelde formaten zoals HD, DV, HDV, 16:9 of 4:3, verschillend aantal beelden per seconde (25/50 i of p), QuickTime, AVCHD en 3D MVC. Geavanceerde montagesoftware kan meerdere formaten in hetzelfde project verwerken. Let ook op het audioformaat. Bijvoorbeeld het verschil tussen sampling op 48 of 32 kHz.

Mediabeheer
Het belang van het mediabeheer is om overzicht op ingeladen bestanden te bewaren. Een andere functie vormt het koppelen van montagehandelingen en bewerkingen aan de videoclips. Bij het mediabeheer spelen de volgende zaken een belangrijke rol: Het project of event, de sequence en de folder of bin. Een project is de digitale beschrijving van de gemonteerde videofilm. Daarin staat welke videoclips er deelnemen, hoe deze getrimd zijn, en welke titels, effecten en filters er zijn aangebracht plus de geluidsbewerking. Omdat het om een beschrijving en geen eindversie gaat valt het project later nog te wijzigen. Wel steeds tussendoor opslaan om verlies bij een crash van de computer te voorkomen, Een event is een gebeurtenis die meerdere projecten (thematisch) verbindt.Monteren_VE100-12_Default
Een sequence is zoals de naam al aangeeft een reeks clips achter elkaar in de tijdlijn. Aan deze sequence kunnen ook weer titels, overgangen en filters gekoppeld worden. Binnen een project kunnen meerdere sequences worden opgenomen. Zij vormen de bouwstenen van complexe montageprojecten.
De folders, ook wel laden of bin (filmblikken) genoemd bevatten de bouwstenen van de videofilm. In deze laden zitten de afzonderlijke ingeladen videoclips, geluidsbestanden, foto’s, teksten, kaartjes etc. Vanuit de folder worden deze bouwstenen in de tijdlijn of het storyboard geplaatst. De laden kunnen net als bij een database op hun inhoud doorzocht worden.
Metadatering is het toevoegen van extra informatie aan videoclips e.a. bestanddelen. Dit soort data is bijvoorbeeld tijd, datum, opnameomstandigheden, trefwoorden, namen, bijschriften en GPS. Op grond van deze metadatering zijn bestanden gemakkelijk te vinden, te rangschikken en als groep in de montage te plaatsen.

Ulco Schuurmans

Archief: Video Emotion 100 (augustus/september 2012)

 

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Rekwisieten als sfeermakers (deel 1)
Wat zijn rekwisieten en welke rol spelen ze in films en op televisie? Om op ...