Titels, effecten en graphics

Redactie BASIS MONTAGETECHNIEK How to Software

Het vierde deel van onze serie over basismontagetechniek behandelt hetgeen menig videomaker erg aanspreekt: het genereren van pakkende titels. De wereld van spetterende effecten en het gebruik van andere grafi sche beelden in de videofilm. Allemaal een kwestie van even weten hoe het in de praktijk moet en niet te veel van het goede.

Titels, effecten en graphics (= grafische plaatjes) hebben gemeen dat zij door de computer in pixels (puntjes) berekend zijn. Deze pixelplaatjes worden als het ware los op het beeldspoor of een daaronder gelegen videoclip gelegd. De software berekend het aantal beelden dat nodig is om de gewenste leng te/tijdsduur weer te geven. In geval van bewegen wordt het pad en het daarbij aantal behorende frames berekend.
Titels worden doorgaans aangemaakt met een titelgenerator. Deze module vindt de editor meestal in de montage-suite. Je kiest eerst het lettertype (font), dan de grootte, kleurstelling en desgewenst een accent, achtergrond of aanvullend effect. Titelschermen kunnen zo als afzonderlijke beeldclips ingevoegd worden. Voor het over een onderliggend videobeeld heen leggen is een zogenaamd alfakanaal nodig. Dit kanaal bepaalt hoe doorschijnend de titel en diens achtergrond zijn. Meestal wordt er gebruik gemaakt van een ondoorzichtige titel met een geheel doorschijnende achtergrond waarin het onderliggende videobeeld te zien is. Sleep de titel naar het desbetreffende spoor en beoordeel of deze uitkomt zoals bedoeld is.
Effecten zijn in feite ook berekende grafische beelden. Je plakt hen op de videoclip, meestal ter hoogte van de las tussen twee clips, en de computer berekent de gekozen overgang. Bijvoorbeeld een overvloeier of een schuivend beeld (de wipe). Sleep het effect uit de bibliotheek naar de gewenste plaats en beoordeel de uitwerking daarvan.
Graphics kunnen zijn foto’s, illustraties, kaartjes, diagrammen en achtergronden. Je kunt hen net als titels op een videospoor al of niet in combinatie met een onderliggende videoclip gebruiken.Drukwerk

De functie van titels
Titels vervullen binnen de videofi lm verschillende functies. Zo kennen wij hoofd- of introtitels, de aftiteling aan het eind, de ondertiteling en toegevoegde verklarende titels. Ook bestaat er een spanningsveld tussen de voice-over en titels. Een voice-over leidt minder van het beeld af maar een accurate voice-over is weer een stuk lastiger te maken dan een to the point titel.
Fraaie titels maken gewoon de videofilm. Vroeger waren daar aparte hardwarematige of software-titelgeneratoren voor nodig. Dat hoeft echter niet meer want de meeste montagesoftware voorziet minimaal in een eigen titelgenerator en vaak ook nog eens een animatie/special effect-module voor bewegende titels. Beide modules zullen in dik 95% van alle titelwensen voorzien.
Titels zijn zowel met de camcorder, de titelgenerator van het montagepakket of een apart tekenprogramma te maken. Titels in de camcorder zijn vaak een oncomfortabel gedoe bij het stuk voor stuk invoeren van de letters. Op een computer met toetsenbord gaat dat veel gemakkelijker. Ook zijn de titelmogelijkheden van de camcorder vaak beperkt. De ingebouwde (Montage software) of losse titelgenerator biedt veel meer grafische mogelijkheden en zelfs animaties.

Titels ontwerpen
Waaraan behoort een geslaagde videotitel nu te voldoen? Dat zijn de volgende vijf praktische punten: een goede leesbaarheid, korte to-the-point inhoud, het juiste contrast & kleurstelling, wel of niet transparant en de geschikte achtergrond. Dat een titel leesbaar dient te zijn is zonder meer duidelijk. Bekende valkuilen zijn te kleine letters met veel te veel tekst, doorlopende kleuren en te snel voorbij schieten. Titelletters behoren voldoende groot te zijn en de teksten lang genoeg in beeld te staan om hen te kunnen lezen. Een stevige (out-lined) letter met niet doorlopende kleuren maken de titel tekst goed los van de achtergrond. Andere mogelijkheden om de titel er uit te laten springen zijn een 3D-perspectief of schaduw. Experimenteer met meerdere opties en mogelijkheden op een tv-monitor. Op de SVGA- of XGA-monitor van de pc lijkt de titel veelal strakker en mooier dan straks op tv. Kies alleen de meest geslaagde opmaak uit. N.B.: Een aantal titelgeneratoren beschikt over Title Save, dat zijn de veilige beeldkaders waarbij je controleert of de titel niet buiten beeld valt. Drukwerk
De inhoud van een titel vormt een punt van aandacht. Te veel tekst is moeilijk te lezen en leidt af. Hoe minder en korter de regels en meer to the point des te duidelijker en meer informatief de titel overkomt. Stel jezelf altijd de vraag wat de titel eigenlijk dient te vermelden? Een klassieke fout is overbodige informatie in titels zetten. Titels behoren te vertellen wat de kijker nog niet weet en dus niet wat al lang bekend is.
Het contrast en de kleurstelling zijn van wezenlijk belang om de titel strak op tv te laten overkomen. De beste titels kun je bijna van het scherm afpakken. Echt strak komen zij pas los van de achtergrond. Daarvoor zijn nodig: anti-aliasing voor scherpe contouren, zo nodig een extra aanzet met een outline of schaduw en een kleur die goed tegen de achtergrond afsteekt. Favoriete kleuren zijn wit op een donkere ondergrond, geel op blauw en rood op zwart. Andere creatieve schakeringen zijn uiteraard ook mogelijk.
Let verder op HD en gewoon DV. HDV is breedbeeld en vereist een hogere resolutie voor grafi sche titels!
Een belangrijke grafische vraag is hoe de gemaakte titel over de achtergrond wordt gelegd. In principe zijn er drie mogelijkheden:

  1. Je plaatst een titel ondoorzichtig over een onderliggend videobeeld. Doorgaans gaat dit in de vorm van een zogenaamd alfakanaal. Dit alfakanaal zorgt er voor dat u de titels als het ware naadloos op het onderliggende lopende videobeeld kunt plakken. De editor dient bij het aanmaken en/of plaatsen van de titel wel de optie alfakanaal te activeren. Een aantal in de montagesoftware geintegreerde titelgeneratoren doet dit al automatisch.
  2. Je maakt de titel zelf of de achtergrond doorschijnend. Dit is een kwestie van het instellen van de doorlatendheid van de titel. Hierbij spelen twee begrippen een rol. De transparency is een maat in procenten voor de doorlaatbaarheid. De opacity juist voor de ondoorzichtigheid. Beiden kunt u in het montagepakket bij de keying- of transparencyopties regelen.
  3. Je maakt een aparte titeldia aan dat als een grafische clip tussen de filmclips gemonteerd wordt. De meeste monta-gepakketten rekenen automatisch het aantal beelden uit dat voor de duur van de titelclip noodzakelijk is. Dergelijke titeldia’s kunt u fraai aanmaken met teken- en fotosoftware. Bijvoorbeeld Corel Draw, Adobe Illustrator en Adobe Photoshop.Drukwerk

Graphics
Foto’s, plaatjes, kaartjes en grafieken worden door de montagesoftware gezien als still-videoclips. Het originele grafische beeldje wordt doorgerekend tot een videoclip van de gewenste lengte. Een lastig probleem is en blijft vaak het verschil in afmetingen tussen het videobeeldje in DV of HD en het originele in te voegen grafi sche plaatje. Bij verschillen in afmeting kunnen delen van het plaatje het buiten beeld valt, gewoon te groot. Ongewenste omkadering door een onderliggend videobeeld, te klein of er kan vervorming optreden. Hiervoor zijn een aantal remedies. Probeer eerst altijd het plaatje met een fotografisch of tekenpakket tot de gewenste afmetingen te bewerken. Pas echter op. Bijvoorbeeld in het geval van DV zijn de pixelafmetingen voor video 720 x 576 maar die worden niet allemaal op het tv-scherm weergegeven. Handiger is dan om eerst een achtergrondframe te maken (bijvoorbeeld in het zwart of grijs) en daarop de illustratie in kleinere afmetingen (bijvoorbeeld 680 x 550) te plakken. Let tevens op het verschil tussen DV 4:3 en HDV 16:9! Enig experimenteerwerk leert al snel wat het beste uitpakt. Maak de grafische bestanden niet onnodig groot. JPEG in 70 dpi is voor DV al ruim voldoende. De lengte van still-clips valt gemakkelijk in de Viewer (I/O-punten zetten) of door het rekken aan de clipeinden in de tijdlijn bij te stellen.
Als er geen onderliggend videobeeld is zal een voldoende groot plaatje het gehele videospoor voor de desbetreffende lengte vullen. Een te klein plaatje wordt zwart omrand. Dat kan ook grafisch aantrekkelijk zijn en het plaatje goed los maken van de achtergrond. Bij wel een onderliggend videobeeld wordt dit zichtbaar aan de randen als de graphic te klein is.
Andere nuttige graphics zijn mattes (zwarte of gekeurde vlakken) en bars (het gekleurde testbeeld). Bijvoorbeeld bruikbaar als aanloopstuk of ondergrond voor een titel.

Effecten
Eerst een kort theoretisch stukje over ‘effectologie’. Een digital video effect (DVE) is in feite niets anders dan een berekende video-overgang. Daarom spreekt de Angelsaksische terminologie ook over transitions. De effectmodule van de montagesoftware rekent een aantal videoframes door om het gewenste effect te bereiken. Bijvoorbeeld bij een cross dissolve (een soort overvloeier) verdwijnt de staart van de voorgaande clip terwijl de kop van de volgende clip langzaam opkomt. Omdat het allemaal over berekenen (renderen) gaat, spelen er tal van factoren mee die de uiteindelijke rendering van het gekozen DVE bepalen. Als eerste de gecompliceerdheid en lengte van het effect. Het zal duidelijk zijn dat hoe moeilijker het 2D of 3D-effect is des te langer het renderen duurt. Idem vergt een langere effectduur ook meer rekentijd. Dat geldt des te meer voor HD-montageprojecten om het over AVCHD nog maar niet te hebben! Zwaardere specificaties van het pc- of Apple-systeem kunnen het renderen versnellen. U kunt een behoorlijke snelheidswinst boeken met een hogere kloksnelheid en dual of quad coretechniek. Een waarschuwing: een aantal DVE’s accordeert niet goed met dvd-compressie. Er kunnen bij het comprimeren storende artefacten (= beeldfouten) ontstaan. Probeer uw toekomstige effecten voor dvd-films daarom eerst uit op een herschrijfbaar RW-schijfje.Drukwerk

De functies van DVE’s
Digitale video effecten vervullen in de montage een groot aantal verschillende functies. Wij zullen de belangrijkste effecttaken kort doornemen. De belangrijkste DVE-taak is het creëren van een betere beeldovergang. Met andere woorden het netjes ‘de eindjes aan elkaar knopen’ tussen twee opeenvolgende clips. Dit vormt verreweg de belangrijkste functionele taak van DVE’s.
Een tweede belangrijke functie van effecten bestaat uit het scheppen van een bepaalde sfeer, sensatie of actie bij de kijkers. Let er maar eens op wat er in spannende films, animatiefilms en commercials allemaal niet met effecten tot stand gebracht wordt. Een spin-off hiervan vormt het gebruik van effecten voor artistieke doeleinden zoals het bouwen van een surrealistische wereld.
De derde en laatste belangrijke functie van DVE’s of transitions die wij hier bespreken is die van het verdoezelen van onvolkomenheden binnen de videofilm. Dat kan zowel het bedekken van fouten als het oppeppen van oninteressante beeldfragmenten zijn.
Bij de meeste montagepakketten zijn via een apart venster de DVE’s nauwkeurig in te stellen. Bijvoorbeeld qua richting, duur, kleur, mate van rotatie en snelheid. Tevens een preview-optie dan behoef je niet eerst te renderen om het resultaat te zien.

Gouden effectregels
Alvorens met DVE’s aan de slag te gaan is het verstandig om eerst van de gouden effectregels kennis te nemen. De eerste gouden regel luidt: gebruik alleen een DVE of transition als die de videofilm ook daadwerkelijk ten goede komt. Veelal een gewetensvraag doch je maakt de videomontage niet om de effecten maar om het publiek een goed filmisch verhaal te vertellen en te boeien. Door een lawine van slechte smaak effecten wordt zo heen geprikt! De keuze van de verschillende DVE-typen komt in het hierna volgende hoofdstukje aan bod.
De tweede gouden regel luidt: geef het effect voldoende ruimte. Dat wil zeggen het effect moet tot zijn recht komen door het uitstrekken over de juiste hoeveelheid beeldmateriaal. Bij onvoldoende kop- en staartruimte is zelfs helemaal geen DVE mogelijk. (Wel bij een cut). Een te kort effect is niet goed zichtbaar en mist daardoor de juiste impact bij de toeschouwers. Te lange effecten gaan vervelen.
De derde gouden effectregel betreft de kwaliteit van de DVE’s. Met name bij sommige goedkopere NLE-pakketten en slechte MPEG2 of MPEG4 (AV-CHD) compressie kunnen de transitions danig tegenvallen. Gevorderde en professionele editors tasten daarom liever wat dieper in de buidel om de effecten die zij daadwerkelijk gebruiken in de allerhoogste broadcast kwaliteit te verwerven in plaats van een bonte verzameling van vele honderden povere overgangen op de harde schijf te plaatsen. De vierde gouden effectregel is een praktische: probeer uw effecten eerst op een proefstukje uit. Dat voorkomt teleurstellingen en onnodige wachttijden bij het renderen.Drukwerk

Een aantal effecten
Er is altijd een levendige discussie of een cut (= de zogenaamde harde overgang) nu wel of geen video-effect is. Uit het oogpunt van de DVE-definitie niet want er wordt immers vrijwel niets berekend. Uit filmisch oogpunt echter wel: de cut bouwt door zijn harde overgangen een bepaalde snelheid, sfeer, confrontatie en/of sensatie op. Niet voor niets is de cut in tv-series en bioscoopfilms de meest gebruikte transition. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de vele actieseries: daar wisselen de helden, schurken en slachtoffers elkaar is close-up snel af. Hierdoor ontstaat een snelle actiewisseling en een sfeer van scherpe ondervraging.
Het werken met cuts vergt planning vooraf. De gemaakte opnamen dienen zich ook daadwerkelijk voor het cutten te lenen. Close-ups en half-totalen werken zoals gezegd prima. Overzichten wat minder tenzij u hen snel met details afwisselt. In de praktijk blijken de juiste cuts in het hoofd van de regisseur en cameraman/vrouw te zitten. Zij kijken in shots die straks met de ‘cut in mind’ optimaal tot hun recht zullen gaan komen. De overvloeier of dissolve werkt juist niet confronterend. Door clips via een gecombineerde fade-uit en fade-in geleidelijk in elkaar te laten overgaan, ontstaat er een zachte transition. Een dergelijke dissolve is heel bruikbaar om anders lelijke beeldovergangen te bedekken en ongewenste contrasten of schokken in het beeld te elimineren. De meest gebruikte overvloeier is de cross-dissolve oftewel de eerder genoemde combinatie van een fade-out en fade-in. Je kunt echter de overvloeier ook via een bepaald patroon, puntjes (dithering) en/of een (gekleurde) vorm laten lopen. De meeste montagepakketten bieden daartoe verschillende mogelijkheden. In de praktijk blijkt echter de gewone over-vloeier zonder poespas de meest bruikbare.
De zogenaamde patroontransitions leiden de kijker via een of andere grafische berekening van de ene scene naar de andere. Bij de radicaal werkende wipe vindt een beeldverschuiving via een gekleurd vlak plaats. Dat kan zowel horizontaal, verticaal als diagonaal. Tevens is er keuze uit allerlei figuren zoals sterren, kruizen en irissen. De wipes komen met name tot hun recht als de editor hen als een continue beeldwisseling door de gehele film heen gebruikt of er een bepaald beeld mee naar voren wil halen. Dat laatste geldt ook voor de het inzoomen van het beeld. Uitzoomen doet het laatste beeld juist naar de achtergrond verdwijnen.
De als deuren opengaan of juist dicht-klappende grafische elementen. Bekend zijn de schuurdeuren (barndoors) die open gaan. Er zijn echter een groot aantal grafische varianten leverbaar zoals gordijnen, coulissen, vensters, lamellen, jaloezieën, schaakbordpatronen etc. Allemaal leuk voor een kort effectpatroon maar veelal niet geschikt voor uw reportage, thrillers en vakantiefilm.Drukwerk

Inzoomen, roteren en tempo
Tot besluit nog een aantal aardige effecten. Het beeld inzoomen, ook wel sca-len (boven de 100%) genoemd, kan een betere uitkadering geven. Met name bij HD-materiaal goed mogelijk want daar is voldoende oplossend vermogen aanwezig. Behalve het scalen zelf is bij meer professionele pakketten ook het verplaatsen naar links of rechts en boven of onder van het ingezoomde beeld mogelijk. Daarmee zijn de ongewenste detail buiten het beeld te werken en de impact van de uitsnede te vergroten. Een andere toepassing van scaling in combinatie met een aantal videosporen boven elkaar is meerdere spelende venstertjes in een beeld. Plaats het eerste beeld, verklein dit en zet het in de goede positie. Voeg een videospoor toe en herhaal de procedure enz.
Roteren geeft een aardig speels effect. In de praktijk linksom of rechtsom. In een aantal gevallen zal je daarbij ook moeten uitzoomen (scalen minder dan 100%) om het geroteerde beeld binnen het van kader DV of HD te laten passen.
Bij het tempo-effect wordt het afspelen versneld of vertraagd. Versneld geeft ex-tra actie en ook wel een slapstick-resultaat. Slow motion brengt de actie terug tot vertraagde bewegingen die goed te zien zijn. Extreem vertragen geeft een sfeer van verlamming en onontkoombaarheid of laat het gebeuren extra impact op het scherm krijgen. De bewerking voor het tempo vind je doorgaans onder de menu’s voor speed en motion. In te stellen in percentages.

Ulco Schuurmans

2 Comments

  1. Hallo,ik heb een vraag over Newblue FX elements 3 ultimate.ik gebruik de P in P filters en stel vast dat ik bij de bewerking van het effect het onderliggens beeld niet zie (zwart),bij het normaal afspelen van de tijdlijn staat het effect er wel,ik heb al meermaals contact genomen met Newblue maar tot heden geen oplossing gekregen,ik werk al jaren met Edius en nu met versie 8.02 en windows 10.
    Heeft U ervaring met het Newblue proramma? grt Theo Otten

    1. Beste Theo,

      Het gaat hierbij een een combinatie van Edius Ultimate en NewBlue FX. Dat betekent dat de leverancier van Edius in de eerste instantie kan worden aangesproken.
      Die weet hoe NewBlue FX met Edius integreert.

      Gr. De redactie

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Smartphone, systeemcamera of camcorder?
Waar gaan wij in 2016 nu onze videofilms mee schieten: met de smartphone, de systeemcamera ...