Toon’s Sittard: Een kleine stad, een lieve stad

Redactie How to Video opnames

Archief Digital Movie 145-2022
Bij het maken van een documentaire waarin iemands levensloop wordt geportretteerd is het bijna vanzelfsprekend als ook de geboorteplaats in de montage wordt verwerkt. Om dat onderwerp nader uit te diepen reisde Richard Helwig af naar het centrum van de Westelijke Mijnstreek welke wordt gevormd door Sittard. Want hier werd de basis gelegd voor de indrukwekkende carrière van Toon Hermans (1916-2000).

Het is 17 december 1916 wanneer Antoine Gerard Theodore ‘Teun’ Hermans, de tweede van vijf zoons, in Sittard wordt geboren. Als zoon van de directeur bij de Sittardse Bank had hij het aanvankelijk niet slecht. Totdat de bank in 1924 failliet gaat. Zijn vader nam de onverstandige beslissing om al zijn Nederlandse guldens om te wisselen naar Duitse marken. En die bleken later door de devaluatie opeens niets meer waard. Hij raakt zijn baan kwijt en het gezin verhuist van een kapitale villa naar een kleiner huis. Toon is elf jaar als zijn vader komt te overlijden. De familie glijdt af naar een armoedig bestaan.

In de Begijnenhofstraat staat een borstbeeld, gemaakt door Diny van Gansewinkel, een bewoonster uit dezelfde straat. Doordat het onderwerp scherp is en de rest wazig, gaat de aandacht van de kijker naar het onderwerp. Er is bij deze situatie sprake van weinig scherptediepte. Hieronder wordt het gebied met een bepaalde diepte verstaan welke scherp wordt weergegeven. De achtergrond biedt ruimte om de titel van de film in te passen.

Met kleurkrijt
Wanneer ‘Tonie’, zoals hij liefkozend door zijn moeder wordt genoemd, de lagere school heeft doorlopen (waar hij zijn neus wel eens rood maakt met kleurkrijt omdat hij dat leuk vindt), gaat hij naar de Mulo. Die verlaat hij voortijdig om via de nodige baantjes een opleiding te volgen tot etaleur. Als hij veertien jaar oud is, schrijft hij zijn eerste liedje. Op het moment dat Toon een talentenjacht wint, reist hij af naar Amsterdam om daar zijn geluk te beproeven. Het is dan 1942. In 1946 ontmoet hij zijn liefde Rietje Weijtboer. Datzelfde jaar trouwt hij met haar. Langzamerhand groeit Toon Hermans uit tot de drie grootste naoorlogse zangers en cabaretiers van Nederland, samen met Wim Kan en Wim Sonneveld. Op onnavolgbare wijze weet hij zijn gedachten en gevoelens in geschreven en gesproken vorm te verwoorden. Aan zijn huwelijk komt in 1990 een eind als Rietje overlijdt. Toon sterft tien jaar later.

Niet geacteerd
Het is een slechts korte beschrijving van de levensloop van een rasartiest. In zo’n terugblik passeren de belangrijkste gebeurtenissen en conclusies de revue. En dat past volledig binnen de doelstelling: het maken van een reis door iemands leven. Een documentaire, een non-fictieve film met scènes uit de werkelijkheid die een beeld probeert te schetsen van een hoofdpersoon. Er wordt niet geacteerd. Een dergelijke film is pas geslaagd als het karakter van de hoofdpersoon authentiek tot uitdrukking komt. Deze is zichzelf en duidelijk op zijn gemak. Eigenschappen en gewoonten kunnen er onderdeel van zijn, evenals emoties en gevoelens.

Op een balletje
Een paar quotes, anekdotes of vaste uitspraken passen daar goed bij. Want natuurlijk is de basis van zijn humor ontstaan uit de ellende van zijn armoede. Denk aan de Sinterklaasconference. In de montage kan die armoede nader naar voren worden gehaald. Zoals deze uitspraak in een van zijn theatershows: ‘Ik kom uit een arm gezin. Maar ik zeg dat omdat ik er trots op ben. En ik had een lieve moeder en een lieve vader. Mijn moeder zei altijd: “Kinderen, het leven is een bord soep. Zorg dat je op een balletje zit.” Wanneer daar een andere uitspraak naast wordt gezet, blijkt nog meer de ernst van het geldgebrek: ‘In zo’n klein stadje werd je door iedereen in die jaren gediscrimineerd. Je kon nergens aan meedoen. Ik had geen centen en ik kon niet naar de kermis. Ik kon er alleen maar van veraf naar kijken.’

Voorzichtige doorbraak
Het circus is zijn fascinatie. Geld voor een toegangskaartje was er niet. Als de tenten in Sittard stonden opgeslagen, hing hij er rond. Voor de spiegel doet hij zijn held Johan Buziau van de Bouwmeester Revue na. Op zestienjarige leeftijd wint Toon met de imitatie van deze theaterkomiek een talentenjacht van de KRO. In zijn levensloop kan dit worden betiteld als de eerste, voorzichtige doorbraak naar succes.

In dezelfde Begijnenhofstraat op huisnummer 5 woonde Toon enige tijd. Toen zijn vader was overleden en het lichaam naar buiten werd gedragen, stond hij met hoge hoed en zijn familie buiten keurig in het gelid. Tussen nummer 11 en 13 loopt een steegje, de kortste weg naar de Sint Petruskerk, die Toon vaak nam. Hier werd hij gedoopt en zijn de heiligen te zien waar hij stellig in geloofde (Gemma, Rosa, Gerardus en Antonius). Zijn hele leven lang is hij deze kerk blijven bezoeken. Om bescheiden achterin plaats te nemen. Net zoals hij vroeger deed, op de banken van de arme mensen.

Logische opbouw
Inhoudelijk moet er sprake zijn van een diversiteit, welke wordt gevormd door een heldere verhaallijn en een logische opbouw. Eigenlijk wordt er hierbij vanuit gegaan dat de betreffende persoon nog leeft. Als dat niet het geval is, zal er door de filmmaker meer moeten worden geïmproviseerd. Hij of zij kan alles wat aan de orde komt immers niet zelf meer bevestigen. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen worden gereconstrueerd op basis van het relaas van getuigen of mensen die iets van de hoofdpersoon afweten (iemand die hem vroeger heeft gekend of misschien met hem heeft samengewerkt). De kunst is om een keuze te maken uit al het beschikbare archiefmateriaal. Wat past bij het gekozen onderwerp en de vertelling? Welke punten zijn belangrijk en welke kunnen aan de kant worden geschoven?

Genuanceerd beeld
Als een soort van geschiedschrijver zal de filmmaker zijn product benaderen vanuit zijn eigen belevingswereld. Die samenvatting moet kernachtig zijn en mag geen ingewikkelde voorbeelden bevatten. Zo werd in 1991 een vierdelige tv-documentaire van Bert Haanstra uitgezonden over het leven en werk van Toon Hermans (Gewoon Toon). Deze bestond uit interviews en er werden stukken uit zijn shows getoond. Na zijn overlijden volgde de documentaire van Coen Verbraak, De kleuren van een clown. Hierin kwamen intimi, mensen die hem echt gekend hebben, aan het woord. Zodoende ontstond een genuanceerd beeld. De kijker ontdekte dat Toon niet ‘zomaar’ wat deed in zijn theatershows. Grapjes en gelaatsuitdrukkingen bleken van tevoren minutieus gerepeteerd.

Voice-over interviews
In dit soort programma’s waar ‘iemand’ centraal staat (human interest) kan gebruik worden gemaakt van voice-over interviews. Niet zelden worden de vragen van de interviewer eruit gesneden waardoor het lijkt alsof de hoofdpersoon een doorlopend verhaal vertelt. Deze wordt gekoppeld aan zoveel mogelijk bijpassend archiefmateriaal waarin hij zelf voorkomt. Het regelmatig laten zien van het synchrone interview zorgt ervoor dat de relatie tussen de stem en de persoon steeds weer richting de kijker wordt bevestigd.

Interpretatie
Maar is met het maken van deze documentaires daadwerkelijk het hele leven van de hoofdpersoon aan de kijker voorbij gegaan? Nee, want een leven van Toon is niet te beschrijven omdat hij zo veelzijdig was (een echte ‘oneman’ man). Op welke manier er ook wordt gemonteerd, het blijven stuk voor stuk fragmenten die aan elkaar zijn geknoopt. Hoogte- en dieptepunten mogen niet ontbreken (zoals respectievelijk de succesvolle shows in de theaters, uiteindelijk gevolgd door het overlijden van Rietje en de moeilijke tijd die Toon daarna gedwongen doormaakt). Er zal een aanzienlijk gedeelte van wat ooit heeft plaatsgevonden in het leven van Toon onbekend blijven. Simpelweg omdat nooit overal iemand bij aanwezig kan zijn geweest. Laat staan dat alles is opgeschreven. Wat de filmmaker wel weet, moet dus geïnterpreteerd worden. Interpretatie omdat er stukken ontbreken.

In 1956 introduceert Toon Hermans als eerste in ons land de onemanshow. Deze bestaat uit liedjes, cabaret en typetjes. Deze formule slaat enorm aan. In de jaren zestig komen de eerste elpees uit. Het gaat hierbij om registraties van zijn theatershows. Ze zijn tegenwoordig in menig oud platenzaakje nog te vinden. Tot aan zijn dood op 22 april 2000, blijft hij actief. Onder een oude beukenboom, omringd door een houten bankje, ligt op het kerkhof in de wijk Vrangendael de laatste rustplaats van Toon en zijn vrouw Rietje. De zoons hebben deze plek uitgekozen en het bankje laten maken. Er staat een gedichtje van Toon ingegraveerd.

Zeker niet een hoofdrol
Dat het inpassen van markante plekken die van betekenis zijn (geweest) in iemands leven, veelal bij de geboorteplaats begint, is op zich niet vreemd. Het is begrijpelijk dat een stadje als Sittard daar een grote rol in vervult, maar zeker niet een hoofdrol. In het kader van 100 jaar Toon Hermans, welke in verschillende tv-delen vanaf eind 2016 werd uitgezonden, ging Karin Bloemen naar Sittard. En vertelde ze verhalen over zijn jeugd. In zijn optredens, liedjes, gedichtjes en boeken betuigt Toon zijn liefde voor de stad. Een inspiratiebron betrof hier het dagelijkse leven, de stadstypes en de feesten, zoals de Sint Rosakermis, de Sint Joepmarkt en de processies. Zo zei hij eens: ‘Ik heb in Amsterdam een boel applaus gehad, maar ik ben iemand van een kleine stad, een lieve stad’. Een moeilijkheid is dat ondertussen het nodige is veranderd. In Sittard is bouw gesloopt, zoals de chique villa Zomerlust waar hij werd geboren. Straten die opnieuw zijn ingericht. Dat maakt het in kaart brengen van het verleden er niet eenvoudiger op. Foto’s van vroeger moeten beelden van nu aanvullen.

Wandeling
Bij de Visit Zuid-Limburg Shop Sittard aan de Rosmolenstraat is een plattegrondje verkrijgbaar waarop plekjes gesitueerd zijn die te maken hebben met Toon Hermans. De wandeling neemt ongeveer anderhalf uur in beslag. In Amsterdam zijn eveneens plekjes te vinden, denk maar aan Koninklijk Theater Carré waar hij meer dan vijfhonderd keer optrad en de straten waar hij woonde. Overigens is in 2005 het volledige oeuvre, voor zover in de archieven van de televisie bewaard gebleven, als dvd-box uitgegeven.

Het kan niemand ontgaan: de muurschildering op de hoek van de parkeerplaats aan de Steenweg. Gemaakt door graffitikunstenaar Werner Zwakhalzen. Om een beeld te krijgen wat we ongeveer met het blote oog waarnemen, is met de camera de nodige afstand genomen van dit object en werd een standaardlens gebruikt.

Op elk moment van de dag
Het vastleggen van buitenlocaties gebeurt met natuurlijk licht als lichtbron. Daar komt meteen een technisch aspect om de hoek kijken want dat licht is op elk moment van de dag anders. Het jaargetijde en de weersinvloeden dragen daar sterk aan bij. Twee opnamen van hetzelfde onderwerp, elk genomen op verschillende momenten, zullen er daarom onderling anders uitzien. Ochtendlicht kan een plaatje aantrekkelijker maken dan harder licht in de middag. Naast licht, is de lucht van invloed op het uiterlijk van het beeld. Is er sprake van een strak blauwe lucht, zijn er wolken of is de lucht saai wit en grijs?

Dit artikel kwam tot stand met vriendelijke medewerking van Maurice Hermans, de tweede zoon van Toon Hermans. Hij assisteerde zijn vader meer dan 35 jaar op en naast de bühne. Momenteel treedt Maurice in Nederland en België op met zijn eigen theatervoorstellingen.

Richard Helwig

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Check Also
Yamaha 2000 serie
Yamaha introduceert de 2000 serie, bestaande uit de R-N2000A netwerk receiver en het NS-2000A vloerstaande ...