Veel gestelde vragen (deel 10)

Redactie Veel gestelde vragen

Archief Digital Movie 123-2018
Wat betekent de cropfactor?
Onder het croppen verstaat men bij video het verkleinen en/of bijsnijden van het beeld. Dat kan op drie manieren. Als eerste de verhouding van de brandpuntsafstand tot de grootte van de beeldsensor. De standaard is het klassiek 35 mm fotobeeld met een gezichtshoek van 45 booggraden net zoals het menselijk oog.
Alle opgeven brandpuntsafstanden in mm zijn afgestemd op dit zogenaamde full frame. Is de beeldsensor kleiner dan wordt de brandpuntsafstand met de desbetreffende cropfactor verlengd. Bijvoorbeeld is Micro Four Thirds (MFT) tweemaal kleiner dan full frame. Dan is de cropfactor twee en wordt de brandpuntafstand tweemaal zo lang.
Ten tweede het gebruik van een kleiner deel van de beeldsensor. Dit croppen gebeurt onder andere bij 4K video op een sensor die groter is dan nodig voor het uitlezen van UHD of 4K Cinema. Doorgaans levert dat geen verlies van de beeldkwaliteit op. Toch blijft het jammer want de extra pixels hadden voor overscan of andere vormen van beeldoptimalisering gebruikt kunnen worden.
En als derde het croppen achteraf bij de montage. Daar snijdt de editor het beeld aan de randen bij. Je kunt hier bij voldoende kwaliteit van het bronmateriaal lekker digitaal mee inzoomen. Tevens bruikbaar voor het uitkaderen van ongewenste details aan de beeldranden.

Wat is het verschil tussen een spiegelreflex en een systeemcamera?
Een spiegelreflexcamera (SLR) gebruikt een spiegel en een pentaprisma om een direct optisch beeld vanuit de opnamelens in de zoeker te zetten. Je ziet dus exact wat je opneemt en er zijn geen afwijkingen in kleur of ruis waarneembaar. Als nadeel geldt dat de camera bij het opnemen de spiegel dient op te klappen. Er is zeer kortstondig geen zoekerbeeld bij het nemen van een foto. Een probleem bij video. Dat valt echter op te lossen met halfdoorlatende spiegels die gewoon in de lichtweg kunnen blijven staan.
Een systeemcamera heeft geen spiegel en een elektronische in plaats van een optische zoeker. Dus geen problemen meer met een spiegel in de lichtweg naar de sensor. Vroeger was de stuk mindere kwaliteit van de elektronische zoeker (de EVF) een nadeel. Tegenwoordig zijn ze bijna net zo goed als een volledig optisch type.

Welk verwisselbaar standaard-videobjectief?
Het grote voordeel van een videofilmende spiegelreflex en systeemcamera is dat je de objectieven kunt verwisselen. Standaard zal de videograaf dan kiezen voor een zoomobjectief met een bereik van groothoek tot tele. Het meest praktisch werkt een brandpuntsbereik van 24/28 mm groothoek tot 200/300 mm tele. Meer dan 10 maal zoom is vaak niet verkrijgbaar of wordt behoorlijk duur.
Let bij de aanschaf van een (speciaal) video-objectief op:
• De instelsnelheid van de AF-motor. Bij voorkeur van het USM-type maar er zijn ook goede stappenmotoren (STM).
• Dat het objectief bij eenmaal scherp niet continu eventjes blijft bijstellen. Bij foto zie dat niet. Bij video is dat bewegen om het exact focuspunt ronduit irritant. Het in scherpte blijven volgen van bewegende objecten, AF tracking, is wel gewenst.
• Of optische beeldstabilisatie (OIS) in het objectief zelf nodig is. En kan je de OIS ook uitschakelen.
Verwisselbare zoomobjectieven zijn niet uitgerust met een motorzoom. Die zal je er uitwendig aan moeten bevestigen. Heel handig in deze werkt het Canon 18-135 mm USM zoomobjectief met aanvullende Power Zoom Adapter PZ-E1. Daarmee zoom je met een drukknop op twee verschillende snelheden.

Hoe trek ik het geluidsvolume gelijk?
Regelmatig blijkt tijdens de montage dat het geluid bij verschillende volumes is opgenomen. En dat klinkt lelijk als het geluid van hard naar zacht en omgekeerd gaat. Natuurlijk kan je dat handmatig allemaal gelijktrekken. Kost allemaal veel tijd en werk. Veel handiger is om met de Normalize-functie achteraf de complete geluidsmontage op hetzelfde volumeniveau te trekken. Het betere montagepakket/soundeditor heeft Normalize standaard aan boord.

Wel/geen en welke videolamp?
De beeldsensoren worden steeds lichtgevoeliger. Je kunt er gemakkelijk bij avond en nacht mee videofilmen. Wat lichtsterke sensoren echter meestal niet kunnen is het opfleuren (verlevendigen) van de natuurlijke kleuren, het ophelderen van te donkere schaduwen (buiten het dynamisch bereik) en het aanbrengen van lichteffecten.
Een klein LED-lampje doet al wonderen bij close-up interviews en in kleine ruimten. Bij grotere opname settings komen de zogenaamde lichtsabel en opstelbare LED-lampen in het vizier. Bij voorkeur in bi-color (kan je er dag en kunstlicht mee weergeven) of nog mooier met programmeerbare LED-kleuren. Met de lichtsabel kan je ook makkelijk rondlopen. Let verder op accessoires zoals diffusoren voor softlight en lichtweg sturende kleppen.

Ulco Schuurmans

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Jubileum Speelfilmfestival Sneek
Begin oktober vierde het Speelfilmfestival Sneek van Windjammer haar tienjarig jubileum. De prijzen gingen naar: ...