Verantwoorde sprongen in tijd en plaats

Redactie How to Video opnames

Archief Digital Movie 135-2020
Nederland ontdekken vanaf het water is een leuke vrijetijdsbesteding. Zo kom je op allerlei mooie plekken. Richard Helwig maakte opnamen bij de Sluis Leidschendam en monteerde er een vlot filmpje van. Maar hoe deed hij dat?

Een land van waterwegen. Zo wordt Nederland genoemd. Het netwerk omvat iets meer dan vijfduizend kilometer. Goed voor een derde plaats van Europa (na Frankrijk en Duitsland). En dat is voor een relatief klein land toch een aardig resultaat. Pleziervaarders kunnen hier dus uitstekend uit de voeten. Menig keer zal men er niet aan ontkomen: sluizen. De geschiedenis hiervan gaat ver terug. In de tiende eeuw is al de eerste schutsluis ontstaan! Ze dienen ervoor om de waterstanden te regelen. Aan verschillende kanten wordt zodoende het water tegengehouden, of het zorgt ervoor dat het water kan doorstromen naar de andere kant, waardoor boten op dezelfde hoogte komen te liggen. In het Rijn-Schiekanaal in de woonkern Leidschendam ligt een schutsluis met puntdeuren. Deze Sluis Leidschendam, die ongeveer op de plaats ligt waar vroeger de Vliet was afgedamd, werd gebouwd tussen de jaren 1886 en 1888.
In 2006 onderging de sluis een algehele renovatie. Dat betekende dat er geen sprake meer was van handbediening, maar van elektriciteit.

Belangrijke taak

De bediening van deze sluis ligt bij de Provincie Zuid-Holland. Ouderwets of niet, dat gebeurt nog steeds met behulp van een sluismeester. Die heeft een belangrijke taak. Hij moet voor een veilige, soepele en doelmatige
afwikkeling van het scheepvaartverkeer zorgen. Dat gebeurt door het plannen van schutten, het bedienen van de sluizen en het signaleren en afhandelen van eventuele calamiteiten. Iedere dag, en zeker als het mooi weer is, varen hier veel bootjes doorheen. Ik heb dus een rode draad die aangeeft waar mijn film over gaat: de pleziervaart op deze locatie. Ik leg niet één moment vast, maar vertel een verhaal. Mijn film bestaat uit shots. Door die aan elkaar te monteren zal een geheel ontstaan.

Hoger of lager deel
Hoe werkt het nu precies en wat is de achterliggende gedachte? In Nederland zijn rivieren en kanalen op een onmisbare wijze met elkaar verbonden. Verschillende waterstanden moeten daarbij overbrugd worden. Bootjes worden met een sluis naar een hoger of lager deel getransporteerd zodat de tocht zonder problemen
voortgezet kan worden (het is slechts een korte omschrijving). De volgende stap waar ik van tevoren goed over moet nadenken is: welke handelingen ga ik tegenkomen bij het maken van mijn film? Ik kan dat gedetailleerd doen.

Tijd overbruggen

Zoals dit: het openen van de sluisdeuren zodat de bootjes naar binnen kunnen varen (totaal), het sluiten van de sluisdeuren (half-totaal), de schotten openen zich (totaal), het water loopt in of uit de sluis (close-up), wat komt door het verschil in druk aan de verschillende kanten van de sluisdeuren. Tenslotte: op het moment dat het waterniveau gelijk is, gaan de sluisdeuren weer open en kunnen de bootjes verder varen (totaal). Hierbij kan ik zelfs gebruik
maken van overvloeiers om de tijd te overbruggen. Het eerste beeld gaat op een langzame manier over in een tweede. Halverwege liggen beide beelden op elkaar (wat superimpositie wordt genoemd).

Stap voor stap
Als pleziervaarder moet je het schutproces goed kunnen beheersen. Dat spreekt voor zich. Voor het leren schutten, zou ik een film kunnen maken waarbij ik gebruik maak van een heldere instructie (blijf niet ronddrijven voor de sluis en meer af, sluit achteraan of langszij en dring niet voor op een ander, volg altijd de instructies van de sluismeester op, wacht voor rood licht en veel meer van dit soort regels). De kijker wordt op deze wijze stap voor stap door de hele procedure geleid. Essentieel is dat niet alleen het uitvoeren van de stappen aan de orde komt, maar vooral het waarom.

Vooral de ontspanning
Ik besluit het uiteindelijk toch wat minder ingewikkeld aan te pakken. Wil vooral de gebeurtenissen op deze locatie laten zien. Ondertussen heb ik mij herhaaldelijk afgevraagd hoe ik de aandacht van de kijker van het begin tot het eind met deze benadering van een dergelijk onderwerp toch zou kunnen vasthouden. En daar is toch een zekere spanning voor nodig. Welke middelen om die op te bouwen zou ik moeten toepassen? Daarbij hoeft niet te worden gedacht aan extreme ongelukken waarbij mensen overboord zijn geslagen en verdrinken of bootjes die worden verpletterd door een brug die dichtgaat. Want dat is fictie en op geen enkele werkelijkheid gebaseerd.

Betrokkenheid
De spanning moet op een subtiele manier worden opgebouwd! Omdat dit nu eenmaal de betrokkenheid van de kijker vergroot. Het stimuleert om te blijven kijken. De sluismeester die het juiste moment afwacht om de brug open te zetten. Het verkeer dat tot stilstand komt. Ik laat niet alleen zien hoe de bootjes de sluis invaren, maar toon daarbij ook gezichten van mensen die druk bezig zijn hun bootje op de goede plek te krijgen. En dat kost soms best de nodige moeite. Niet iedereen weet hier even behendig mee om te gaan. Sommigen hebben moeite met de regels of begrijpen deze niet wat tot vervelende situaties kan leiden. Een geconcentreerde sluismeester. Gezichten van mensen op de terrasjes die alles aandachtig volgen.

Uit verveling
Zou ik alle werkelijke gebeurtenissen uit één stuk opnemen, dan zou er uit verveling geen kijker meer op zijn stoel blijven zitten. Door shots te monteren worden sprongen in tijd en plaats mogelijk gemaakt. Dat beperkt zich echter niet tot het lukraak inkorten ervan. Het moet nauwkeurig en doordacht gebeuren. En wel op een verantwoorde, bijna onopvallende manier.

Uiteindelijke boodschap
In alle gevallen heb ik gebruik gemaakt van harde overgangen. Dat betekent dat er in één keer naar het volgende shot wordt overgeschakeld. Waar het vooral om zal gaan is dat de shots op een slimme manier moeten worden gebruikt om de uiteindelijke boodschap over te brengen. En dus moet er regelmatig worden afgewisseld tussen onder meer totalen (de brug en de omgeving) en close-ups (touwen aan een bootje, bordje met de tekst ‘Let op! Deuren draaien automatisch’).

Als leidraad
Dan is de vraag: hoe lang mag een shot zijn? Kort gezegd is daar geen eenduidig antwoord op te geven. Bij een onderwerp als dit, mag dat op bepaalde momenten best kort zijn (de rode lichten gaan branden, de sluismeester bedient het paneel, de brug gaat open, er staan wachtende mensen). Shots van één tot twee seconden hoeven geen uitzondering te zijn. Op het moment dat de bootjes voor de brug liggen en gaan varen, mag best een wat langzamer tempo worden gehanteerd. Het is immers pleziervaart. Mensen leven in hun vrije tijd en hebben geen haast. Shots van vier tot acht seconden kunnen best. Er moet wel genoeg te zien zijn! Als leidraad mag je aannemen dat ‘gewone’ shots meestal tussen de twee en vier seconden duren.

Details van voorwerpen
Op deze locatie maak ik zoveel mogelijk shots. Zodoende zal ik de minste kans lopen om bij de montage met te weinig materiaal thuis te komen. Daarbij maak ik verschillende keren gebruik van een insert. Dat zijn details van voorwerpen welke ik in een extreme close-up heb gefilmd. Denk bijvoorbeeld aan een vlag op een bootje, een paaltje op de kant of het nummer op een reddingsboei. Ook kan kabbelend water of het gezicht van een toeschouwer worden gebruikt (zogenaamde ‘stoppers’). Dit soort shots zijn vaak bijna overal tussen te voegen zonder dat het ritme wordt verstoord (en als dat wel het geval mocht zijn, moeten ze natuurlijk worden weggelaten).

Aan dezelfde kant
De camera mag ik overal bij de brug neerzetten, mits deze aan dezelfde kant van de denkbeeldige as blijft (het 180 graden systeem). Het is een basisregel waar ik mij echt aan moet houden. Dit betekent dat mijn camera altijd aan één kant van de ‘dramatische as’ moet zijn opgesteld. Met die as wordt de denkbeeldige lijn bedoeld, tussen bijvoorbeeld twee personen of objecten. Meestal gaat het hier om de kijkrichting. Op het moment dat ik bootjes opneem die voorbij komen varen, gebeurt dat in dit geval van links naar rechts. Zou ik daar direct een shot achter plaatsen welke is genomen aan de overkant van de brug (en ik hierbij dus over de as ga), dan varen deze in de film opeens van rechts naar links. Het is een ernstige fout die alleen maar voor veel verwarring bij de kijker zal zorgen. Of wanneer een bootje aan de rechterkant van het scherm het beeld uitvaart, moet deze in het volgende shot weer aan de linkerkant het beeld invaren. De kijkrichtingen van personen moeten eveneens op elkaar zijn afgestemd. Kijkt de sluismeester een persoon in een bootje aan om hem aanwijzingen te geven, dan moet mijn camera altijd aan één kant van die denkbeeldige lijn tussen deze twee personen blijven.

Vijf variabelen
Er bestaan vijf variabelen waarmee ik het beeld kan ‘manipuleren’. Dat is het camerastandpunt, het beeldkader, de scherpte(diepte), de camerabeweging en de montage. De eerste variabele zegt eigenlijk al genoeg: de plek waar ik de camera heb neergezet en de hoek die deze inneemt ten aanzien van wat er wordt opgenomen (vanaf de kant, van bovenaf of misschien vanuit een bootje). Het kader wil niets anders zeggen dan de begrenzing. Met de kaderrand wordt een deel uit de werkelijkheid weggesneden waardoor de nadruk komt te liggen op een gekozen fragment (iemand die op een bootje staat te zwaaien). Met de scherptediepte wordt bedoeld dat ik niet alle delen van het beeld scherp hoef op te nemen (een vlag op een bootje mag scherp worden weergegeven, terwijl de achtergrond vaag is). De beweging van de camera kan op verschillende manieren gebeuren. Denk aan het in- of uitzoomen, al is dat strikt genomen eigenlijk geen camerabeweging. Een zwenkende camera is dat wel (de sluiswachter loopt naar een bootje om nadere instructies te geven). En tenslotte ontstaat in de montage het uiteindelijke resultaat. Pas dan wordt zichtbaar waar alle moeite voor is gedaan!

FILMTIP
Als zich een beweging voordoet in het shot (bijvoorbeeld een bootje dat voorbij vaart of iemand die snel van zijn fiets afstapt om te kunnen stoppen voor de brug) is dat een geschikt moment om te ‘snijden’ naar een volgend shot (bijvoorbeeld de sluismeester die erop let dat er een vlotte doorstroming is). Een las tijdens een beweging zal de kijker minder snel opvallen dan dat er gesneden wordt tussen twee stilstaande objecten.

Richard Helwig

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
BenQ W2700i, TK850i en de TH685i: Slimme beamers in 4K en Full HD
BenQ introduceert drie nieuwe projectoren met Google-gecertificeerde Android TV voor slimme thuisblijvers: de W2700i, TK850i ...