Videofilmen met de systeem- en reflexcamera: wat komt daar niet allemaal bij kijken?

Redactie Achtergrond

Archief Digital Movie 130-2019
Traditioneel film je video met de camcorder en fotografeer je met de spiegelreflex of systeemcamera. Circa tien jaar geleden kwam dankzij Canon, Panasonic en later ook Sony de videofilmende fotocamera in beeld. Eerst voornamelijk creatief. Momenteel zijn dergelijke systeem- en reflexcamera’s echter doorgeëvolueerd tot een waar stuk vakgereedschap voor zowel cinema als broadcast en reportages. Maar wat komt er nu allemaal bij kijken om de videofilmende systeem- of spiegelreflexcamera voor video in te zetten?

Er is veel te doen over het videofilmen met systeem- en spiegelreflexcamera’s. Aanvankelijk was het iets dat deze camera’s erbij deden. Behalve goed fotograferen kon je er ook leuk creatief en cinematografisch mee videofilmen. Dit met de sterke punten van veel beschikbare wisselobjectieven, filters en andere accessoires. Een volgende stap vormde het volledig voor videogebruik aankleden met rigs, handgrepen, monitoren, follow focus en opsteekrecorders. En de nieuwste trends bij de Panasonic Lumix S1H, Sony A7 Mark IV, Fujifilm XT-3 en enkele Canon Pro-modellen zijn camera’s die in de eerste instantie geheel voor professionele video zijn ontwikkeld en daarbij ook nog eens goed kunnen fotograferen.

Drie vragen
Bij het gebruik van videofilmende systeem- en reflexcamera’s dien je eerst drie vragen te stellen:
1. Welke tak van video beoefen ik: filmmaker (cinema), broadcast (tv op studioniveau), reportages, nieuwsgaring (ENG), videoclips, commercials of vlogs?
2. Welke mate van kwaliteit (denk aan Full HD, 4K standaard of Cinema en amorf of slow motion), sensorgrootte (1 inch tot full frame en zelfs middenformaat) en beeldprocessing (CODECs, bit- en framerates) heb ik nodig? Bij de interne bewerking speelt de nabewerking, in feite de postproduction met v-logs, LUTs en andere scene- of kleurtabellen, een voorname rol. Daarin is tegenwoordig al veel en op zeer hoog niveau mogelijk.
3. Welke mate van ergonomie (gebruiksgemak met handligging, knoppen, menu’s, handgrepen e.d.) en verdere aankleding van de body op het gebied van beeld, geluid, accuvoeding en opslag van het materiaal (de content) is nodig?
Deze drie vragen bepalen in hoge mate hetgeen je straks in de videopraktijk gaat gebruiken.

Overeenkomsten en verschillen
Zowel de camcorder als de fotocamera gebruiken een beeldsensor, beeldprocessoren, verwisselbare objectieven, een opslagmedium, body met bedieningsknoppen en instelmenu’s, zoekers, viewerschermpjes, ingebouwde filters, statiefaansluitingen, accu’s en accessoire schoentjes. Ingebouwde microfoons zitten er doorgaans ook op. En beide cameratypen hebben interne software voor het bewerken en wel of niet (RAW) comprimeren van de geschoten beelden.
Eveneens gelijksoortig of zelfs identiek zijn de waarden voor de lichtgevoeligheid (ISO, bij video ook de gain of beeldversterking), sluitertijd, diafragma met scherptediepte, belichtingscorrectie, het in/uitzoomen, witbalans, beeldruis, kleurenweergave en korrel. Ook het gebruik van zogenaamde looks komt overeen. Fotografie gebruikt filmemulaties (zie onder andere Fujifilm) voor kleur en zwartwit. Video zet v-logs, LUTs en voorgeprogrammeerde scenes in.
De voornaamste verschillen zitten in vloeiend en stilstaand beeld plus de wijze van de camera hanteren. De videofilmer werkt met vloeiende beeldreeksen op een bepaalde opname- en afspeelsnelheid. Een filmer wil zich onderscheiden door zijn of haar eigen unieke wijze van storytelling en (cinematografische) vormgeving.
De fotograaf legt het allemaal vast in één hoogwaardig uniek stilstaand beeld volgens de eigen stijl. Hieruit volgt dat de belangrijkste verschillen zitten in de wijze hoe je verder met de opgenomen beelden omgaat. Laten we daarom eerst eens kijken naar de verschillende vormen van videofilmen en wat daar dan voor nodig is bij systeem- en spiegelreflexcamera’s.

Cinema
De cinematografische filmmaker bouwt doorgaans elke op te nemen scene apart op. In de praktijk begint dat al met het selecteren van het juiste objectief (brandpunt) voor de close-up, medium of totaalshot met bijpassende scherptediepte. Daarvoor kiest de filmaker uit een groot arsenaal aan zoom- en primelenzen.
De volgende stap vorm het camerastandpunt op statief, dolly, kraan of zwevend. Dat luistert behoorlijk nauw. Zeker ook bij het inzetten van multicam en actie/opnamestraten.
Als stap drie het kleurkarakter: De sfeer, jaargetijde en moment van de dag of nacht worden al perfect in de camera (voor-)gesimuleerd. Postproduction kost anders veel tijd en geld. Wat al in de camera zelf kan is mooi meegenomen. Veelal zijn er al diverse voorgeprogrammeerde instellingen per type scene of onderwerp.
Het geluid is deels studiowerk achteraf af en bij veldreportages de inzet van hoogwaardige audiorecorders. Daar de videofilmende systeemcamera of spiegelreflex in feite een soort beeldbouwdoos is kan de cinemafotograaf er alle kanten mee op.

Precies zo aankleden als de cineast wil en deze neemt daar dan ook ruimschoots te tijd voor. Overigens zie je bij de zogenaamde boxcamera’s zoals die van RED, Blackmagic, Arri en Sony eenzelfde soort benadering. Een body helemaal op de eigen cinemamaat en smaak aankleden. Zelfs beeldsensoren vallen uit te wisselen. Verder stelt de cinematografische cameraman/vrouw bij voorkeur alles op de hand in.

Run and Gun
Deze term geeft al actie en beweging bij de camera zelf aan. Deze volgt het onderwerp en rent er regelmatig zelfs achteraan. Run and gun valt uiteen in elektronische nieuwsgaring (ENG) oftewel boven op het nieuws en reportages op locatie. Praktisch gezien is/was de videofilmende fotocamera hier praktisch en ergonomisch in het nadeel. Je moet de body namelijk flink aankleden met handgrepen of rigs, follow focus, een monitor, en geschikte microfoons. Dankzij de interne optische beeldstabilisatie en zwevende statieven gaat het volgen in ieder geval vloeiend. De AF en focustracking van systeem- en spiegelreflexcamera’s zijn up to date voor actievideo. Hetzelfde geldt voor de automatische belichting en sluitertijden/framerates voor slow motion. Het ontbreken van een motorzoom kan een beperking zijn. Er zijn echter verwisselbare e-zoomobjectieven met een STM- of USM-motor te koop.
Bij de wat rustiger reportages on the spot doet de videofilmende fotocamera niet of nauwelijks onder voor de camcorder. Het is meer een kwestie van wat vinden wij fijn bij het gebruik en de behoefte aan aanvullende creativiteit

Vaste broadcast-opstelling en evenementen
In de tv-studio doet de systeemcamera of spiegelreflex technisch niet onder voor de traditionele camcorder. Alleen is de body aanmerkelijk kleiner en zijn er speciale zoekers/monitoren nodig. Hetzelfde geldt voor evenementen. Zowel vanuit een vaste opstelling als je met gimbal erop tussen het publiek en de artiesten begeven. Het geluid is een dingetje. De interne microfoons zijn hiervoor niet geschikt. Dat betekent in ieder geval een externe microfoon met passende aansluiting of verloop. Fieldrecorders en het aansluiten op de zaalinstallatie verdienen de voorkeur.
In geval van sport geldt eveneens de gewenste keuze bij een vaste opstelling. De betere systeemcamera is zonder meer in staat via focustracking de sporters in de scherpte te houden.
Let er in deze videocategorie op dat de camera aansluit op de lokale IP-netwerken voor opname en montage.

Grootte van de beeldsensor
Hoe groot dient een enkele beeldsensor bij video nu feitelijk te zijn? In principe is 1 inch met 10-11 Mps meer dan genoeg voor 4K standaard UHD en Cinema. Hierbij zijn de stuk goedkopere systeemcamera’s veelal in het voordeel boven de camcorders. Zij beginnen al met MFT en APS-C en halen met gemak full frame 35 mm tegen de helft of zelfs een derde van de prijs die je voor een camcorder met dezelfde sensorgrootte dient te betalen.
Met de komst van 6K, vaak oversampling voor een betere 4K-kwaliteit, en straks 8K vallen beeldsensoren vanaf APS-C en liefst full frame 35 mm aan te bevelen. Fujifilm biedt in deze zelfs al videofilmende beeldsensoren in het middenformaat.
Let in ieder geval op de volgende voordelen: hoe groter de beeldsensor des te groter ook diens lichtgevoelige spots, de photosites. Beeldsensoren met grotere photosites zijn aanmerkelijk lichtsterker en veroorzaken minder beeldruis. Verder passen op grotere sensoren ook meer pixels. Het blijft voorlopig de vraag of meer dan 24 megapixels nu ook echt meer bijdraagt aan hoogwaardiger videobeelden. In ieder geval kan je wel kleinere beeldsegmenten uitsnijden zonder zichtbaar kwaliteitsverlies.

Objectieven
Hoeveel objectieven gebruikt de videofilmer nu eigenlijk in de praktijk? Sommige slechts een universele zoomlens met een bereik van 24/28-300 mm kleinbeeld. En bij tal van camcorders heb je te maken met een vaste videolens. In geval van een videofilmende systeem- of spiegelreflexcamera heb je de keuze uit een groot aantal wisselobjectieven. Koren op de molen van de cineast die graag voor elk type shot een aparte lens inzet. Veelal heeft men dan een vaste set primelenzen en enkele zoomlenzen in huis. Gangbaar zijn een prime groothoeklens, standaardobjectief en matige telelens. Bij de zoom 24-100 mm en 7-200 mm. Speciale dure optiekjes worden gewoon tijdelijk gehuurd.
Dan uiteraard de filmische look. Met een lichtsterke diafragmaopening van F1.8 – F2.8 en een sensor van APS-C creëren allen het onderwerp haarscherp tegen een fraaie geheel vervaagde achtergrond net als bij de bioscoopfilm. Verder zijn ook amorfe lenzen, extreme close-ups, softfocuslenzen en weidse groothoeken in zwang.
In principe kan je foto- en video-objectieven door elkaar gebruiken. Er zijn echter enkele verschillen. Professionele video gebruikt andere continue variabele diafragmawaarden (T-indicatie) als de fotografie. Het veranderen van diafragma, bijvoorbeeld tijdens het zoomen, zie je in de lopende videobeelden wel en bij de stills van video niet. N.B.: Je kunt wel gewoon fotodiafragma’s voor video blijven gebruiken.
Primelenses zijn geoptimaliseerde vastebrandpunten. Die doen het zowel bij foto als video uitstekend. Let wel op het vloeiend bewegen van de scherpstelslag. Zoomobjectieven dienen bij voorkeur op videogebruik te zijn afgestemd. Dit zowel op het gebied van een vloeiend zoom- en scherpsteltraject als de belichting.

OIS
Zwabberende videobeelden zijn een crime. Een stabiel statief vormt nog altijd de beste remedie. Ga je toch uit de hand dan is er de keuze uit een gimbal of zwevend statief en de inzet van optische beeld stabilisatie (OIS). De OIS kan een bewegingscompensatie geven tot zes diafragmastops. Bij de fotografie betekent dat de sluitertijd aanmerkelijk lager/langer kunnen instellen bij het uit de hand opnemen. Bij videofilmen dat kleinere cameratrillingen of bewegingen gecompenseerd worden. Het effect is uiteraard wel eindig. Bij 4-6 keer inzoomen geen probleem. Onvoldoende effect bij lange telezooms.
Met de OIS in de camerabody stabiliseer je elk objectief. Zit er geen OIS in de camera dan zal je objectieven met ingebouwde OIS moeten aanschaffen.

Zoekers, viewer en monitoren
De zoekers en (uitklapbare) LCD/OLED-schermpjes van de duurdere systeem- en spiegelreflexcamera’s zijn uit de kunst. Vaak aanmerkelijk beter dan bij camcorders uit dezelfde prijsklasse. Toch verdient het aanbeveling om een losse monitor aan te schaffen. Deze geeft een groter kijkbeeld, presteert vaak beter bij daglicht en kan tevens bij opnamen met v-logs laten zien hoe het beeld er straks na bewerking uitziet.
Helemaal handig als er in de externe monitor/viewer ook een ingebouwde recorder voor beeld en geluid zit. Bijvoorbeeld de modellen van Atomos.

Scherpstelling en zoomen
Bij de scherpststelling en zoom draait het om automatisch of uit de hand. Zoals gezegd stellen de cineast en professionele cameraman en ook de gevorderde amateur liever manueel scherp. Wil je toch autofocus dan dient deze ook geschikt te zijn voor video. Nu is dat op de betere systeem- of spiegelreflexcamera geen enkel probleem meer. Single (S), continu (C), focus en action tracking plus het herkennen van personen, gezichten of dieren plus het aangeven van specifieke focus gebieden zijn gewoon standaard. Het is eerder de kunst om uit het grote aantal AF-gebieden en de daarbij behorende focusondersteuning de beste optie te kiezen.
Motorzoom ontbreekt op de meeste objectieven voor systeem- en spiegelreflexcamera’s. Er zijn wel enkele e-zooms met ingebouwde motor verkrijgbaar. Zelf met aanvullende interfaces voorzien van zoomknoppen. Onder andere van Canon, Panasonic, Fujifilm en Olympus.

Opslagmedia en montage
Bij het opslaan van het videomateriaal is er keuze uit geheugenkaarten en externe recorders. De geheugenkaart dient qua specificaties bij het type videoformaat en datasnelheid te passen. Daarin zijn diverse klasse en opslagcapaciteiten verkrijgbaar. Let op twee slots in de body beschikbaar, het naadloos overschakelen van de ene volle kaart naar de andere, het opnemen in twee formaten tegelijk en de fysieke kaartafmetingen.
Een externe AV-recorder biedt een aantal voordelen: ten eerste je kunt vrijwel continu opnemen bij verwisselbare SSD-drives. En ten tweede een aantal camera’s biedt bij externe uitvoer een betere videokwaliteit. Bijvoorbeeld 4K YUV 4:2:2 op 10 bits en 6K oversampling. Het kan veel tijd en ongemak schelen als de camera’s en/of externe recorder direct in het voor het montageprogramma meest geschikte formaat opnemen. Bijvoorbeeld ProRes. Dan kan je meteen in de hoogste kwaliteit aan de slag.

Microfoons en fieldrecorders
De interne microfoons van systeem- en spiegelreflexcamera’s doen de interne opnamekwaliteit voor audio geen recht. Zo snel mogelijk een externe mic er op. Dan krijg je te maken met de aansluitingen minijack (3.5 mm of zelfs 2.5 mm) en XLR. In geval van XLR is er een adapter nodig. Dat kan op meerdere manieren: een los adapterblok met de aansluitingen per XLR-kanaal, kanaal/inputkeuze en handmatige volumeregeling. Of het inzetten van een audio-fieldrecorder. Bij de externe veldrecorder is er ook keuze uit meerdere opties. Een recorder van Zoom, Tascam, Olympus, Sound Devices, Zaxcom of Roland en vele andere merken valt onder de camera of in de accessoireschoen te monteren. In het laatste geval spreek je van opsteekrecorders. De meer professionele uitvoeringen zorgen automatisch voor het synchroniseren van beeld en geluid. Anders zijn hier handige plug-ins voor de montagepakketten verkrijgbaar. De combinatie van monitor & AV-recorder zoals bij Atomos-modellen werd al eerder genoemd.

Postproduction, framerates en CODECs
Al enkele jaren is het de trend om de geschoten videoshots meteen al in de camera na te bewerken. Dat heeft postproduction. De midden- en topklasse bij de systeemcamera’s zijn daar al een ware meester in. Er is keuze uit meerdere v-logs, kleur/gammapresets, voor te programmeren sfeersettings en LUTs. Bij Fujifilm vind je naast diverse filmsimulaties ook een F-log en de modus Eterna.
Verschillende framerates en progressive settings zijn op de lagere camcorderklasse schaars. 50/60P zit er meestal niet op. En de highspeedopties (meer dan 100 fps) blijven beperkt. Dit in tegenstelling tot de systeemcamera. Die bieden 24,25, 50/60 P, en voor slow motion 100-180 beelden per seconde. Vaak alleen in 2K FHD maar 4K UHD is al gesignaleerd. Ook timelaps is vaak beschikbaar. Bij Panasonic is varicam, variabele framerates, standaard.
In het algemeen is de keuze voor verschillende compressie-algoritmen (CODECS), verschillende beeldformaten en het aantal pixels per beeld plus de te bewaren bestandsformaten groter bij de systeemcamera’s dan bij een camcorders in dezelfde prijsklasse.

Accu’s
Videofilmende systeem- en reflexcamera’s hebben in tegenstelling tot procamcorders vaste afmetingen voor het accublok. Je kan er wel een wat grotere capaciteit maar geen andere afmetingen in/op kwijt. De doorsnee LithiumIon-accu gaat bij standaard filmwerk 60-120 minuten mee. Schaf daarom altijd een aantal reserve exemplaren en een externe snellader aan!
Een oplossing bij langer opnemen is het inzetten van een externe batterijhandgreep of externe voeding via een PowerPack en USB.

Statieven, rigs, cages en gimbals.
Een statief maakt stabiel filmen, pans en tilts plus het vanuit een vaste positie videofilmen mogelijk. Vaak ook onmisbaar bij de videofilmende fotocamera.
De rig heeft twee functies:
1. Dient als een stabiliserende schouder- of borststeun.
2. Het bevestigen van extra accessoires. Dat zijn niet alleen de monitoren, microfoons, handgrepen, contragewichten, videolampen, externe recorders en accu’s. Maar ook special getandwielde verstelmechanismen voor focussering en zoomen. Je draait aan een grote instelknop en de tandwielkoppeling verstelt de desbetreffende ring op het objectief. Bij het scherpstellen heet dit Follow Focus.
De cage is een soort metalen kooi om de camerabody. Daaraan kan je allerlei accessoires bevestigen. Handig als bijvoorbeeld de accessoireschoen al vol zit.
De gimbal is een combinatie van handgreep en zwevend videostatief. Zowel ontworpen om de camera bij het bewegen van de operator stil de houden als het maken van vloeiende opnamebewegingen (Camerafahrten).

Filters en houders
De meer professionele camcorder heeft een ingebouwde grijsfilter (ND) om bij teveel aan licht te temperen. Videofilmende fotocamera’s hebben dat in principe niet. Wel een filtervatting aan de voorzijde van de objectieven. Daarin passen gewone ND-filters, variabele grijsfilters en polarisatiefilters. De zogenaamde mattebox vervult aan de voorzijde van het objectief de functies van een (creatieve) filterhouder en een geavanceerde zonnekap met richtbare afschermkleppen. Op beide typen videocamera’s te gebruiken.

Ergonomie
Het ontwerp van de camcorder stoelt op videofunctionaliteit voor video. En die bij de systeem/spiegelreflexcamera op zowel het schieten van foto als video. Dat houdt gewoon anders vast, de bedieningsknoppen zitten elders en ook de instelmenu’s verschillen flink. Vaak een kwestie van toch even goed wennen. Er komt echter verandering in. Speciale camerasupportsystemen maken de systeem/reflexcamera bijna net zo ergonomisch te hanteren als een camcorder. Objectieven worden voor videogebruik geoptimaliseerd. En er zitten videospecifieke instelmenu’s op de systeem- en spiegelreflexcamera.
De grootte en het gewicht kunnen een belasting gaan vormen. MF-en APS-C-camera’s zijn lichter en compacter dan camcorders. Makkelijk overal naar toe te nemen. De nieuwste full frame systeem- en spiegelreflexcamera’s pakken al net zo groot en zwaar uit als hun fotocollega’s.

Aansluitmogelijkheden
Over welke aansluitmogelijkheden beschikt de camerabody? Een must zijn die voor de hoofdtelefoon, HDMI, USB, hotshoe en als het kan ook externe voeding. Zie voor XLR bij de microfoons. SDI vergt een aparte voorziening.
Specifieke aandacht voor HDMI. Deze (mini-)uitgang is er niet alleen om de beelden op een monitor of tv mee te bekijken maar ook voor de uitvoer naar externe AV-recorders. Daar komt vaak een hogere kwaliteit dan de interne beeldopname van de camera uit.
WiFi, NFC en IP zijn van belang bij opname in AV-datanetwerken en het koppelen aan andere devices of een afstandsbediening. Voor studionetwerken zijn speciale adapters nodig.
De moderne middenklasse en zeker de topklasse videofilmende fotocamera’s hebben dezelfde kwaliteit en voor dezelfde prijs ook nog meer mogelijkheden in huis als menige high-end camcorder. Bovendien bieden zij ook tal van extra cinematografische en creatieve opties. Maar er komt algauw meer bij kijken dan je als videomaker op het eerste gezicht denkt. Let er altijd terdege op voor welk videogenre je de systeem- of spiegelreflexcamera gaat gebruiken en welke aanvullende uitrusting daarvoor nodig is.

Ulco Schuurmans

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Check Also
Think Tank Retrospective Backpack 15 rugzak: gemaakt voor avontuur
Transcontinenta, distributeur van Think Tank voor de Benelux, introduceert hierbij de Retrospective Backpack 15 rugzak ...