Workshop Cinema4D – Deel 2 – Basisfuncties

Redactie How to Software

In het eerste deel van deze workshop hebben we de interface van Cinema 4D behandeld. Nu u die onder de knie hebt, wordt het tijd de 4D-wereld daadwerkelijk te betreden. In deze aflevering leggen we het gebruik van een aantal basisfuncties uit en gaan we verder in op het navigeren.

Voor het maken van een realistische scène is een aantal basisfuncties vereist. Het gebruik van deze functies is sterk verbonden met het navigeren in Cinema 4D. Om een realistisch ogende scène te kunnen creëren moet u zowel de basisfuncties als de navigatie meester zijn. Kent u de basisfuncties, dan moet u hier ook mee kunnen navigeren. Kunt u navigeren, dan moet u ook kennis hebben van de basisfuncties. Maar wat zijn die functies dan precies?

Basisfuncties

Cinema4D voorbeeldIn Cinema 4D start elk project vrijwel hetzelfde, namelijk met het gebruik van de basisfuncties. In de architectuur, bij 3d-modelleren en bij het maken van een realistische scène is de eerste stap vaak het toevoegen van een vloer. Dit doet u via het menu Objects>Scene>Floor. Op deze vloer kunt u vervolgens verder bouwen.

Dit verder bouwen gaat weer volgens hetzelfde principe, namelijk met basisfiguren. Deze basisfiguren bestaan uit onder meer een kubus, een prisma en een bol. Via het menu Objects>Primitive kunnen alle basisfiguren worden toegevoegd. Omdat dit een veelgebruikte optie is, hebben de makers van Cinema 4D hem toegevoegd aan het snelmenu met iconen.

Zodra u een basisfiguur aan uw project toevoegt, zal dit automatisch op het 0-punt van zowel de Y-as, de X-as als de Z-as verschijnen. Het grote voordeel hiervan is dat de figuren altijd op een exacte plaats in de ruimte staan en hierdoor perfect te positioneren zijn.

Dit positioneren kan op verschillende manieren. De eerste methode is een object met de muis (Move Tool) aan de pijl mee te slepen over de X-, Y- of Z-as. Deze werkwijze is snel en eenvoudig, maar zeer onnauwkeurig. Hoeft een object niet op een exacte plaats in de ruimte te staan, dan is dit de ideale methode. Maar voor een exacte plaatsing van een object is toch echt de tweede optie van belang. Via het menu Coordinates kunt u het object op een duizendste centimeter nauwkeurig in de ruimte plaatsen.

Hebt u uw basisfiguren eenmaal naar wens gepositioneerd, dan wordt het natuurlijk pas echt leuk als u ze kunt gaan aanpassen tot eigen, unieke figuren.

Objecten vervormen

Cinema 4D VervormenEen basisfiguur toevoegen is het begin, het vervormen ervan is het vervolg. Net als het verplaatsen van objecten kan dit op twee manieren. Door het gebruik van de Scale Tool veranderen de pijlpunten van de Move Tool in blokjes. Versleept u deze nu met de muis, dan zal het object in alle richtingen in grootte toe- of afnemen als de Use Model Tool geselecteerd is. Mocht u het model in één richting groter of kleiner willen maken, dan moet de Use Object Axis Tool geselecteerd zijn.

Door een van de richtingen van de kubus minimaal te maken, zal er bijvoorbeeld een plank ontstaan. Op deze manier zijn uit alle basisfiguren unieke figuren te creëren.

Naast het schalen van een basisfiguur biedt Cinema 4D ook de mogelijkheid om een figuur te draaien. Dit kan eveneens op twee manieren. Door op de Rotate Tool te klikken veranderen de pijlen in cirkels. Door aan deze cirkels te draaien zal het object in de X-, Y-, of Z-richting roteren. Dit is wederom de eenvoudigste werkwijze, maar opnieuw verre van secuur. Wilt u meer precisie dan kunt u, net als bij het verplaatsen en schalen, in het menu Coordinates exacte waarden invoeren.

Navigeren

Cinema4D NaviagatieHebt u eenmaal een mooi 3d-model of een complete scène ontworpen, dan wilt u die natuurlijk van de beste kant tonen. Als u daarom ook met meerdere objecten gaat werken, de beste invalshoek wilt creëren of gaat animeren, is het van belang goed met de navigatie overweg te kunnen. Net als het verplaatsen en vervormen van objecten, kunt u in Cinema 4D ook op meerdere manieren navigeren. De eerste manier is aan de hand van de iconen boven het werkveld.

Door de icoon uiterst links met de muis aan te klikken, ingedrukt te houden en de muis te bewegen, kunt u horizontaal en verticaal voor het object langs bewegen. De tweede icoon zal het figuur in- of uitzoomen. Met de derde icoon kunt u om het object heen draaien. De laatste icoon zal de verschillende aanzichten van het object laten zien.

Navigeren kan ook door de toetsen 1, 2, 3 of 4 ingedrukt te houden, op de linkermuisknop te klikken en de muis te bewegen. Hierbij staat de 1 voor de icoon uiterst links, de 4 voor de icoon uiterst rechts.

Conclusie

Als u de navigatie eenmaal onder de knie hebt, kunt u met behulp hiervan op een prettige manier werken in een complex programma. Zowel het plaatsen, verplaatsen als het vervormen van basisfiguren gaat zeer eenvoudig. Met de basisfuncties die we in deze aflevering besproken hebben, kan elke starter een zeer realistisch ogende scène maken. In het volgende deel zullen we dat laten zien, inclusief het gebruik van texturen en rendering.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Check Also
Terschellinger Filmdagen breidt uit door donatie Nationale-Nederlanden
De Terschellinger Filmdagen is maandwinnaar van de Nationale-Nederlanden Facebook actie ‘Alles en iedereen verdient een ...